Centrale Raad van Beroep 25 februari 2016 (chatten met Oost-Europese dames), ECLI:NL:CRVB:2016:657

Centrale Raad van Beroep 25 februari 2016 (chatten met Oost-Europese dames), ECLI:NL:CRVB:2016:657

Strafontslag. Betrokkene zou betreffende medewerkers hebben geconfronteerd met zijn bezoek aan dating sites wat niet op prijs werd gesteld. Er bestaat geen aanleiding de verklaring van de directeur op dit punt in twijfel te trekken. Gelet daarop had appellant voldoende aanleiding de laptop digitaal te laten onderzoeken. Dat K heeft verklaard dat betrokkene vaak tijdens werktijd op zijn vaste werkstation en dus niet op zijn laptop aan het chatten was met allerlei

Oost-Europese dames betekent, gelet op de bij de vertrouwenspersoon binnengekomen klachten, niet dat voor een digitaal onderzoek van de laptop geen aanleiding meer bestond.

Betrokkene wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat het hem vrijstond gegevens te wissen. Aangezien het betrokkene op dat moment duidelijk was dat appellant het Bureau Integriteit de opdracht had gegeven te onderzoeken of sprake was van niet-zakelijk internetgebruik tijdens werktijd, had het hem redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat hij in het belang van dat onderzoek die bestanden niet zonder overleg met zijn leidinggevende had mogen verwijderen. Nu gerechtvaardigde twijfel bestond aan de integriteit van betrokkene, mocht overeenkomstig vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 25 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8813) van betrokkene worden verlangd dat hij die twijfel wegnam en volledig aan het onderzoek meewerkte. Het welbewust belemmeren van het onderzoek waaraan betrokkene had moeten meewerken, levert plichtsverzuim op.

Categorie├źn: Ambtenarenrecht, Internet op het werk

Tags: , ,