Gerechtshof Amsterdam 9 maart 2016 (onsmakelijke bewoordingen), ECLI:NL:GHAMS:2016:828

Gerechtshof Amsterdam 9 maart 2016 (onsmakelijke bewoordingen), ECLI:NL:GHAMS:2016:828

Telastegelegd: belediging, door telkens opzettelijk

– in de documentaire ‘Wilders the movie’ (uitgezonden door het VPRO televisieprogramma Holland Doc) en/of

– op internet op de website http://weblogs.vpro.nl/afspelen/2010/09/13/teledoc-wilders-the-movie/ en/of http://www.hollanddoc.nl/nieuws/2010/augustus/wilders-the-movie.html

(een) tekst(en) en/of (een) geluidsfragment(en) uit te spreken, althans te laten horen met de volgende inhoud: “Hier staat ‘Geert Akbar’, dat betekent ‘Geert is groter’. Wat ik daar eigenlijk mee bedoel is dat Geert groter is dan Mohammed de kleuterneuker. En Geert is groter dan Allah, de halvemaandemon. En zoals iedereen weet zijn Arabieren fervent kontenbonkers. En ze neuken kleine jongetjes. Dat is heel normaal in hun cultuur”.

De uitlatingen dat moslims “fervent kontenbonkers” zijn en zich schuldig maken aan het “neuken van kleine jongetjes” zijn naar hun bewoordingen zonder meer als beledigend aan te merken. De verdachte heeft daarmee moslims beledigd wegens hun geloof omdat hij – zoals ook naar voren komt in zijn tegenover de politie afgelegde verklaring – heeft geïmpliceerd dat het door hem beschreven gedrag geworteld is in dat geloof en daarmee een uiting van de geloofsbelijdenis van moslims. De verdachte heeft daarmee de waardigheid en de eigenwaarde van moslims aangetast en hen als groep in diskrediet gebracht.

Ten slotte dient onder ogen te worden gezien of de uitlatingen in dat verband onnodig grievend zijn te noemen. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Degene die, zoals hier, in een politieke context zaken aan de orde wenst te stellen die in zijn ogen van algemeen belang zijn, dient daartoe daadwerkelijk in staat te zijn, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten. Het gaat in dit geval weliswaar om niet onderbouwde, door de verdachte veronderstelde feitelijkheden over moslims in het algemeen die hij in onsmakelijke bewoordingen te berde heeft gebracht – en dat dat laatste ook zijn bedoeling was, is onmiskenbaar –, maar het maatschappelijke debat in dezen kenmerkt zich wel vaker door provocerend en onsmakelijk taalgebruik van de deelnemers aan dat debat. De uitlatingen van de verdachte onderscheidden zich in dat opzicht niet. Mogelijk wordt de verdachte vanwege de door hem gebruikte bewoordingen door velen als een niet serieus te nemen gesprekspartner beschouwd, maar zijn uitlatingen zijn niet zodanig kwetsend dat zij moeten worden beschouwd als aanzettend tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid. De verdachte heeft, met andere woorden, de grenzen van hetgeen in het licht van het in art. 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting toelaatbaar moet worden geacht niet overschreden. Daarom kunnen de hier aan de orde zijne uitingen – gelet op alle omstandigheden van het geval – niet als ‘beledigend’ jegens moslims ‘wegens hun godsdienst’ als bedoeld in art. 137c, eerste lid, Sr worden aangemerkt.

Categorieën: Belediging (strafrecht), Filmpjes op internet, Uitingsdelicten, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , , ,