Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 mei 2016 (minderjarige prostituee via internet), ECLI:NL:GHARL:2016:3906

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 mei 2016 (minderjarige prostituee via internet), ECLI:NL:GHARL:2016:3906

Voor een aantal delictssoorten worden binnen de rechtspraak oriëntatiepunten gehanteerd, die een vertrekpunt van denken over de in een concreet geval op te leggen straf bieden. Van een dergelijk oriëntatiepunt is met betrekking tot het onderhavige delict geen sprake.

Het hof merkt op dat het feit van artikel 248b Sr zich in vele varianten van feitelijke situaties kan voordoen. In dit geval is de feitelijke situatie als volgt. Verdachte is met het slachtoffer in contact gekomen via een advertentie op een website. Daarop werd onder meer vermeld dat zij 18 jaar was. Verdachte heeft met haar een afspraak gemaakt en seksueel contact met haar gehad.  Verdachte heeft niet haar leeftijd gecontroleerd aan de hand van een identiteitskaart of paspoort.

Op basis van slachtoffer’s uiterlijk was niet duidelijk dat zij nog geen 18 was. Verdachte heeft geen contact gehad met een ander dan het slachtoffer voor het regelen van het contact en de betaling, in het bijzonder niet met degene die zich ten opzichte van haar aan mensenhandel schuldig heeft gemaakt. De plaats van het contact – in een woning – was ook geen bijzondere (bijvoorbeeld geen kelderbox, schuur). Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof in de omstandigheid dat het contact tussen verdachte en slachtoffer via internet tot stand is gekomen op zich geen reden tot extra alertheid. Nu het hof rekening dient te houden met de mate van verwijtbaarheid, neemt het hof het feit dat verdachte niet wist van de minderjarigheid van slachtoffer onder de geschetste omstandigheden in aanmerking ten gunste van verdachte.

Volgt veroordeling tot 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Categorieën: Minderjarigheid, Zedendelicten

Tags: , , ,