Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2015 (onverschuldigd betaald na phishing), ECLI:NL:GHARL:2015:4823

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2015 (onverschuldigd betaald na phishing), ECLI:NL:GHARL:2015:4823

Geïntimeerde is slachtoffer van phishing. Appellanten hebben  aangevoerd dat zij er gerechtvaardigd op hebben mogen vertrouwen dat de betaling van € 39.850,00 was gedaan door geïntimeerde als betaling door een derde van de verbintenis van de koper. Daarom is er volgens appellanten geen sprake van onverschuldigde betaling.

De stelling van appellanten dat zij er gerechtvaardigd op hebben vertrouwd dat sprake was van een betaling van de koopsom door geïntimeerde als derde, gaat niet op. Tijdens het pleidooi heeft appellant sub 3 verklaard dat hij is gebeld door de Rabobank met de vraag of er misschien een groot bedrag op zijn rekeningnummer was overgemaakt en zo ja, dat dit geblokkeerd zou worden wegens vermoedens van fraude. Appellant sub 3 dacht toen dat het de betaling voor de twee Mercedes C-klasse zou betreffen. Hij had die betaling nog niet gezien en heeft pas naar aanleiding van het telefoontje van de Rabobank op de bankrekening ingelogd en gezien dat er inderdaad een bedrag van € 39.850,00 was gestort. Uit deze verklaringen volgt dat appellanten niet het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gehad dat de betaling door een derde is verricht voor de onbekende koper. Op het moment dat appellanten kennis nam van de betaling was haar immers door het telefoontje van de Rabobank al duidelijk dat er vermoedens van fraude waren.

Categorieën: Phishing, Verbintenissenrecht

Tags: , , ,