Gerechtshof Den Haag 20 juni 2016 (terroristische training), ECLI:NL:GHDHA:2016:1733

Gerechtshof Den Haag 20 juni 2016 (terroristische training), ECLI:NL:GHDHA:2016:1733

Het hof heeft hiervoor vastgesteld dat de verdachte in de tenlastegelegde periode een groot aantal chatberichten met derden heeft gevoerd waarin hij zich, kort samengevat, heeft geprofileerd als een aanhanger van IS; hij de wens te kennen heeft gegeven uit te willen reizen naar Syrië teneinde aldaar te willen deelnemen aan de gewelddadige jihad en informatie heeft gevraagd en verkregen over het fabriceren van een bom. Deze wijze van communiceren door de verdachte via chatberichten op het internet past bij de uit onderzoek gebleken wijze van informatieoverdracht in jihadistische kringen in Nederland waar die met name plaatsvindt via online chatgesprekken en communicatie via de media.

Ofschoon het op zichzelf niet strafbaar is om (openlijk) te sympathiseren met de doelen en daden van terroristische organisaties, zoals in casu IS, acht het hof verdachtes kennelijke vereenzelviging met deze terroristische organisatie wel degelijk van belang voor de inkleuring van het opzet.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het zich inlichtingen trachten te verschaffen en het zich verwerven van kennis tot het plegen van een terroristisch misdrijf (‘training’ voor terrorisme) door informatie te vergaren omtrent de receptuur van een zogeheten crofty bom en in de loop van 2014 aan diverse personen, soms meerdere malen, via Facebook te vragen of zij hem beeldmateriaal konden geven over het maken van explosieven.

De verdachte heeft derhalve – nadat hij gedurende enige tijd actief had getracht zich inlichtingen te verschaffen over het maken van explosieven – op enig moment die kennis – in elk geval ten dele – ook daadwerkelijk verkregen.

Buiten kijf staat derhalve dat het bewezenverklaarde feit een ernstig misdrijf betreft. De internationale gemeenschap weet zich bedreigd door abjecte terreurdaden, gepleegd van uit een intolerante religieuze ideologie die het eigen gelijk op gewelddadige wijze aan anderen tracht op te leggen en daartoe geen middelen schuwt. Met grote inzet trachten overheden, waaronder de Nederlandse, zich daartegen te weren, onder meer door middel van wetgeving waarbij wordt getracht door middel van strafbaarstellingen als in artikel 134a Sr terreur in de kiem te smoren. Het zogenoemde trainingsartikel is in wet opgenomen om het mogelijk te maken om in de voorfase van het plegen van terroristisch gekleurd geweld op te treden en dat voorbereidend gedrag te bestraffen.

Daar tegenover staat dat de verdachte in die voorbereidende fase niet verder is gekomen dan het verwerven van enige – betrekkelijk eenvoudige, en ook eenvoudig te verwerven – kennis omtrent het maken van één type bom. Van het verwerven van vaardigheden kan in dit verband niet worden gesproken en ook had hij (nog) geen middelen of producten aangeschaft om een ‘croftybom’ te produceren. Naar het oordeel van het hof is hetgeen bewezen is verklaard wel te kwalificeren als terroristische ‘training’, maar gaat het om een relatief lichte variant van hetgeen in artikel 134a Sr is strafbaar gesteld.

Categorieën: Sociale netwerksites, Terrorisme, Virtuele omgeving

Tags: , , , , , ,