Gerechtshof Den Haag 24 januari 2017 (webinject), ECLI:NL:GHDHA:2017:81

Gerechtshof  Den Haag 24 januari 2017 (webinject), ECLI:NL:GHDHA:2017:81

Het hof overweegt  dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de ontwerpers/vervaardigers van de betreffende webinject deze specifiek hebben ontworpen met het oogmerk om deze te plaatsen in de computer van een ING-klant tot wiens computer zij zich reeds via derden wederrechtelijk toegang hadden verschaft. Het is naar het oordeel van het hof eveneens evident dat het primaire doel en daarmee het oogmerk van de vervaardigers van deze webinject was, het een gebruiker doen bewegen om via zijn computer bepaalde gegevens prijs te geven en deze gegevens vervolgens “over te nemen, af te tappen dan wel op te nemen” als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht. Gebleken is dat de gebruikte webinject(s) ook voor dat doel geschikt was c.q. waren.

Het hof is van oordeel dat de onderhavige webinject, gezien zijn specifieke functionaliteiten en in aanmerking nemende het specifieke doel waartoe het ontworpen en vervaardigd is, reeds op zichzelf dient te worden aangemerkt als een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, en wel in het bijzonder tot het wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk (of in een deel daarvan), waarbij de toegang tot het werk wordt verkregen door een technische ingreep teneinde vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en/of worden overgedragen door middel van dat werk voor zichzelf of een ander over te nemen, af te tappen en/of op te nemen.

Categorieën: Computercriminaliteit

Tags: , , , ,