Hoge Raad 29 maart 2016 (Aloë capensis), ECLI:NL:HR:2016:522

Hoge Raad 29 maart 2016 (Aloë capensis), ECLI:NL:HR:2016:522

Voor zover voor internetrecht van belang:

Het Hof heeft zijn bewijsvoering voor een belangrijk deel doen steunen op gegevens die het heeft ontleend aan “bronnen op het internet die uit dien hoofde als algemeen bekend worden verondersteld althans in elk geval in de onderhavige procedure”.

Voor zover in die overweging als oordeel van het Hof besloten ligt dat gegevens kunnen worden aangemerkt als van algemene bekendheid in de zin van art. 339, tweede lid, Sv op de enkele grond dat zij aan internetbronnen zijn ontleend, is dat oordeel onjuist. De enkele omstandigheid dat een bepaald gegeven aan openbare bronnen op het internet kan worden ontleend, brengt immers op zichzelf nog niet mee dat zo een gegeven daarom een feit of omstandigheid van algemene bekendheid is in de hier bedoelde zin. Overigens is het oordeel van het Hof dat de onderhavige gegevens kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden van algemene bekendheid ook niet zonder meer begrijpelijk. Bij dergelijke feiten of omstandigheden gaat het immers in de regel om gegevens die geen specialistische kennis veronderstellen en waarvan de juistheid redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is.

Voor zover in voormelde overweging als oordeel van het Hof besloten ligt dat deze – door het Hof kennelijk na de terechtzitting op internet gevonden – gegevens in de onderhavige procedure bij de procesdeelnemers bekend waren zodat deze gegevens niet ter terechtzitting ter sprake behoefden te zijn gebracht, is dat oordeel evenmin zonder meer begrijpelijk.

Uit een en ander vloeit bovendien rechtstreeks voort dat het Hof ten aanzien van deze voor het bewijs gebezigde gegevens het voorschrift van art. 301, vierde lid, Sv niet in acht heeft genomen.

 

Categorieën: Bewijs (strafrechtelijk), Strafvordering

Tags: , , , , ,