HvJ EU 19 oktober 2016 (Deutsche Parkinson Vereinigung), zaak C-148/15, ECLI:EU:C:2016:776

HvJ EU 19 oktober 2016 (Deutsche Parkinson Vereinigung), zaak C-148/15, ECLI:EU:C:2016:776

Het Hof heeft geoordeeld dat een door het Duitse recht opgelegd verbod op de postorderverkoop van geneesmiddelen die in de betrokken lidstaat uitsluitend in apotheken mogen worden verkocht, apotheken buiten Duitsland meer hindert dan apotheken op Duits grondgebied. Weliswaar lijdt het weinig twijfel dat dit verbod laatstgenoemde apotheken een extra of alternatief middel ontneemt om de Duitse markt van eindverbruikers van geneesmiddelen te bereiken, maar zij behouden de mogelijkheid om deze geneesmiddelen in hun apotheek te verkopen. Voor apotheken die niet op Duits grondgebied zijn gevestigd, is het internet daarentegen een belangrijker middel om die markt rechtstreeks te bereiken. Een verbod dat buiten het Duitse grondgebied gevestigde apotheken meer raakt, kan de toegang tot de markt sterker bemoeilijken voor producten uit andere lidstaten dan voor nationale producten, en vormt dus een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking in de zin van artikel 34 VWEU (zie in die zin arrest van 11 december 2003, Deutscher Apothekerverband, C‑322/01, EU:C:2003:664, punten 74‑76).

In casu dient te worden geconstateerd dat traditionele apotheken in beginsel beter in staat zijn dan postorderapotheken om patiënten via het apotheekpersoneel een individueel advies te verstrekken en om de geneesmiddelenvoorziening te garanderen in spoedgevallen. Aangezien postorderapotheken slechts een beperkte service bieden en daardoor dergelijke diensten niet op een passende wijze kunnen vervangen, dient te worden geoordeeld dat prijsconcurrentie voor hen mogelijkerwijs een belangrijkere mededingingsfactor vormt dan voor traditionele apotheken. Deze factor is namelijk bepalend voor hun mogelijkheid om rechtstreeks toegang te krijgen tot de Duitse markt en op deze markt competitief te blijven.

Artikel 34 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die voorziet in de vaststelling van uniforme prijzen voor de verkoop van receptplichtige geneesmiddelen voor menselijk gebruik door apotheken, een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking vormt in de zin van dat artikel, aangezien die regeling de verkoop van receptplichtige geneesmiddelen door in andere lidstaten gevestigde apotheken meer beïnvloedt dan de verkoop van deze geneesmiddelen door apotheken die op het nationale grondgebied zijn gevestigd.

Artikel 36 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die voorziet in de vaststelling van uniforme prijzen voor de verkoop van receptplichtige geneesmiddelen voor menselijk gebruik door apotheken, niet gerechtvaardigd kan worden door het doel de gezondheid en het leven van personen te beschermen in de zin van dat artikel, aangezien die regeling niet geschikt is om de nagestreefde doelstellingen te bereiken.

Categorieën: Mededingingsrecht, Medicijnen / drugs via internet

Tags: , , , , , , ,