Rechtbank Amsterdam 11 augustus 2016 (adviseur van burgemeester), ECLI:NL:RBAMS:2016:5299

Rechtbank Amsterdam 11 augustus 2016 (adviseur van burgemeester), ECLI:NL:RBAMS:2016:5299

Voorop staat dat het GeenStijl in beginsel vrij staat om filmpjes van derden te plaatsen op haar websites en deze van commentaar te voorzien. De inhoud van het geplaatste filmpje is niet dusdanig schokkend of kwetsend dat GeenStijl op grond van haar ‘huisregels’ of op grond van hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt, had moeten afzien van publicatie via haar websites. Het is de filmende vrouw zelf die vanwege de inhoud van het filmpje en de publicatie daarvan kan worden aangesproken, hetgeen de Gemeente zegt ook al te hebben gedaan.

Van belang is verder dat de Gemeente direct nadat het item verscheen dezelfde dag nog via het persbericht haar weerwoord heeft gegeven. Dit persbericht is vervolgens door GeenStijl ‘ge-retweet’ waardoor al vrij snel bekend werd dat het item (deels) niet klopte. Deze berichtgeving is (al dan niet via tweets) door de lokale media overgenomen en ook bij de volgers van GeenStijl terechtgekomen. Er heeft dus bij het publiek inmiddels een genuanceerd beeld kunnen ontstaan over het item. Thans is het item ook al weer als “oud” te bestempelen en trekt het naar alle waarschijnlijkheid in de oorspronkelijke versie, zonder dat het weerwoord van de Gemeente bekend is en het bestaan van dit kort geding, geen aandacht meer.

Al met al maken voornoemde omstandigheden dat het recht op uitingsvrijheid voor GeenStijl in dit geval zwaarder weegt dan de belangen van de Gemeente bij bescherming van haar reputatie. De vorderingen van de Gemeente zullen dan ook worden afgewezen.

Categorieën: Filmpjes op internet, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Positie tussenpersonen, Twitter

Tags: , , , , , , , , ,