Rechtbank Amsterdam 15 december 2015 (geen open vizier), ECLI:NL:RBAMS:2015:8976

Rechtbank Amsterdam 15 december 2015 (geen open vizier), ECLI:NL:RBAMS:2015:8976

Op grond van de uitdrukkelijke mededeling van verslaggeefster dat het een ‘project for school’ betrof, behoefden de geïnterviewden er, anders dan PowNed heeft bepleit, niet op bedacht te zijn dat wat zij zeiden zou worden uitgezonden op de landelijke televisie en/of op internet zou worden geplaatst, laat staan dat zij daarvoor impliciet toestemming zouden hebben gegeven.

Wat betreft de inhoud van de uitzending heeft PowNed zich erop beroepen dat zij als journalistiek medium de vrijheid heeft om een publicatie in te richten zoals zij wenst. Dat mag in beginsel zo zijn, ook de uitingsvrijheid van een journalist is niet onbegrensd. Bij het uitoefenen van hun taken dienen journalisten zich immers te houden aan ‘verantwoordelijke’ journalistiek, waarbij zij integer moeten handelen, accurate en betrouwbare informatie dienen te verschaffen, met enige objectiviteit dienen te reflecteren op de meningen van de deelnemers aan het maatschappelijk debat en zich niet moeten laten leiden door pure sensatiezucht (EHRM 16 april 2015 Armellini en anderen vs Oostenrijk).

Dit betekent ook dat het de journalist niet vrij staat beelden en/of teksten zodanig te knippen en plakken dat een ander beeld ontstaat dan het ruwe materiaal rechtvaardigt.

Gelet op inhoud van de vertoonde beelden, het intieme karakter van het onderwerp en de wijze waarop eiser is afgeschilderd, staat verder in voldoende mate vast dat eiser schade heeft geleden door de aantasting van zijn privéleven, zijn eer en goede naam. Voorshands is dan ook de conclusie dat de handelwijze van PowNed jegens eiser onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.

Categorieën: Journalist, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: , , , , , , , ,