Rechtbank Amsterdam 24 december 2015 (verwijderingsverzoek NRC-artikel), ECLI:NL:RBAMS:2015:9515

Rechtbank Amsterdam 24 december 2015 (verwijderingsverzoek NRC-artikel), ECLI:NL:RBAMS:2015:9515

Afwijzing verwijderingsverzoek.

Daarbij geldt nog dat bij de toepassing van het zogenoemde “verwijderingsrecht” als bedoeld in het Costeja-arrest het vooral om de gevonden zoekresultaten gaat, en niet zozeer om de vraag of de inhoud van (in dit geval) het gevonden artikel zelf ontoereikend, irrelevant of bovenmatig is. Verzoeker heeft ook uitdrukkelijk aangegeven dat zijn verzoek niet tegen het artikel als zodanig is gericht. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat, indien verzoeker wel een inhoudelijke toetsing had gewenst van een artikel dat via een zoekopdracht vindbaar is, het hem had vrijgestaan de NRC aan te spreken. In zo’n procedure kan het juridisch beoordelingskader voor onrechtmatige perspublicaties worden toegepast, waarin onder meer wordt gewogen in welke mate een bepaalde uiting steun vond in het beschikbare feitenmateriaal. Een beroep op artikel 36 Wbp is niet bedoeld om die procedure te omzeilen. Het is evenmin bedoeld om onwelgevallige maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan een zoekmachine-exploitant aan het zicht van het publiek te onttrekken.

Bij de belangenafweging die de rechtbank moet maken is voorts van belang, zoals Google terecht heeft aangevoerd, en de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft overwogen in het vonnis van 18 september 2014 (ECLI:NL:RBAMS:2014:6118), dat terughoudendheid is geboden bij het opleggen van beperkingen aan de werking van een zoekmachine als Google Search. Dergelijke zoekmachines vervullen immers een belangrijke maatschappelijke functie. Het internet bevat een onmetelijke hoeveelheid informatiebronnen, waaronder een onvoorstelbaar groot aantal websites. De inhoud van het internet verandert bovendien per seconde. Zoekmachines helpen de internetgebruiker in deze oceaan van informatie bij het zoeken naar de informatie waarnaar hij/zij op zoek is. Verder is van belang dat zoekmachines zonder menselijke tussenkomst functioneren, in die zin dat de zoekresultaten via een geautomatiseerd, algoritmisch systeem volgen op door de internetgebruiker ingevoerde zoektermen. De functie van catalogus, die de zoekmachine in feite is, zou ernstig worden belemmerd indien strenge beperkingen aan de werking ervan zou worden opgelegd en daarmee zou de zoekmachine aan geloofwaardigheid inboeten.

De belangenafweging moet in dit geval in het nadeel van verzoeker uitvallen. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Het artikel is weliswaar van enige tijd geleden, maar dit betekent nog niet dat het niet langer relevant is. Hierbij is het volgende van belang:

– niet in geschil is dat het NRC-artikel op zich juiste informatie verschaft;

– het NRC-artikel ziet op handelen van verzoeker zelf, waarmee hij de publicaties die daarvan het gevolg zijn en de publieke belangstelling daarvoor in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen;

– het NRC-artikel ziet op handelen van verzoeker in zijn hoedanigheid van journalist en niet van verzoeker als privépersoon, terwijl verzoeker nog steeds werkzaam is in de journalistieke sector;

– in het NRC-artikel wordt de handelwijze van verzoeker aangemerkt als plagiaat (zij het in de visie van verzoeker een lichte vorm) en onweersproken is dat plagiaat, ook in lichte vorm, in journalistieke kringen als een ernstig vergrijp wordt gezien.

Categorieën: Privacy, WBP, Zoekmachineresultaat

Tags: , , , , , , ,