Rechtbank Den Haag 11 januari 2017 (Nederland.fm), ECLI:NL:RBDHA:2017:218

Rechtbank Den Haag 11 januari 2017 (Nederland.fm), ECLI:NL:RBDHA:2017:218

Tussen partijen is niet in geschil dat het enige relevante feitelijke verschil tussen de casus in het Svensson-arrest en de casus in de onderhavige zaak is dat het in deze gaat om embedded hyperlinks naar (uitzendingen van) fonogrammen in de zin van art. 7 WNR en art. 8 Vrl in plaats van om embedded hyperlinks naar auteursrechtelijk beschermde werken bestaande uit krantenartikelen.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voornoemde rechtspraak derhalve dat voor de vraag of er sprake is van een relevante “mededeling aan het publiek” op grond van artikel 3 Arl dan wel artikel 8 lid 2 Vrl dezelfde beoordelingsmaatstaf geldt. Dat oordeel vindt overigens steun in het arrest van de Hoge Raad in de zaak Norma/NL Kabel, waarin werd overwogen dat naburige en auteursrechtelijke openbaarmakingsrechten hetzelfde moeten worden uitgelegd.

Het HvJEU heeft in het Svensson-arrest reeds beslist dat in de omstandigheden aan de orde in het hoofdgeding van die zaak geen sprake was van een nieuw publiek en dus niet van een relevante mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 Arl. Nu de feitelijke omstandigheden in de onderhavige zaak vergelijkbaar zijn, geldt ook voor Nederland.FM dat zij met haar embedded hyperlinks naar uitzendingen van radiozenders geen mededeling aan het publiek doet in de zin van artikel 8 lid 2 Vrl. Ook in het geval van Nederland.FM is immers niet voldaan aan het “nieuwe publiek”-vereiste.

Categorieën: Auteursrecht, Hyperlinks

Tags: , , , , , ,