Rechtbank Den Haag 12 januari 2017 (vastgoedmagnaat), ECLI:NL:RBDHA:2017:264

Rechtbank Den Haag 12 januari 2017 (vastgoedmagnaat), ECLI:NL:RBDHA:2017:264

Verzoek om links naar zoekresultaten te verwijderen.

De rechtbank van oordeel dat Google ten aanzien van de bedoelde URL’s geen strafrechtelijke persoonsgegevens van verzoeker in de zin van artikel 16 Wbp heeft verwerkt. Er is immers geen sprake van het opnemen in de zoekresultaten van zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij als een strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van artikel 350 Sv kunnen dragen. Evenmin kan worden gezegd dat de verwerking in de zoekresultaten voor verzoeker een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit oplevert. De hiervoor bedoelde zoekresultaten van de zoekmachine van Google brengen verzoeker namelijk op geen enkele wijze in verband met enig strafbaar feit. Ten slotte brengt de stelling van verzoeker dat webpagina’s waarnaar in de zoekresultaten wordt verwezen verouderde informatie over zijn strafzaak bevatten of daarover berichten, niet mee dat daarom reeds sprake is van verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wbp, noch dat Google daarvoor verantwoordelijk moet worden geacht in de zin van de Wbp dan wel de Privacyrichtlijn.

Met betrekking tot andere URL’s: De belangenafweging valt in dit geval in het nadeel van verzoeker uit. Verzoeker heeft, bij gemotiveerde betwisting daarvan door Google, niet of onvoldoende aangetoond dat de weergave van de URL’s in de zoekresultaten in de zoekmachine onjuist, irrelevant of bovenmatig zijn en dat zijn privacybelang zwaarder weegt dan het publieke belang van vindbaarheid van de webpagina’s en het belang van Google om deze webpagina’s vindbaar te blijven houden. De rechtbank neemt daarbij de volgende omstandigheden in aanmerking:

– de drie URL’s zien overwegend op handelen van verzoeker als vastgoedondernemer zelf, te weten zijn schadeclaim van € 100 à € 110 miljoen tegen de gemeente Rotterdam en een beslaglegging op deze vordering door Fortis, waarmee hij de publicaties die daarvan het gevolg zijn en de publieke belangstelling daarvoor in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen;

– de drie URL’s verwijzen naar artikelen in regionale en landelijke nieuwsmedia en verzoeker leverde blijkens deze artikelen daaraan een actieve bijdrage. Verzoeker heeft de juistheid van de inhoud daarvan als zodanig niet betwist;

– de stelling van verzoeker dat hij de publiciteit niet zocht, maar hij, zoals hij stelt, gedwongen werd om te reageren het voorgaande niet of althans onvoldoende weerlegt;

– bij de mondelinge behandeling is van de zijde van verzoeker toegelicht dat deze schadeclaimprocedure(s) nog niet zijn afgerond, althans zullen worden hervat, in reactie op de formele beëindiging van de strafzaak tegen verzoeker zodat tegen die achtergrond bezien nieuwsberichten over deze verwikkelingen nog steeds van relevante betekenis en nieuwswaardig zijn of niet valt uit te sluiten dat zij dat opnieuw worden;

– ontwikkelingen in de vastgoedsector zijn voorwerp van actueel maatschappelijk debat, zoals Google heeft aangevoerd. Daarmee hangt samen dat het publiek een aanzienlijk belang heeft om mediaberichtgeving hieromtrent te kunnen vinden. verzoeker is zowel voorwerp van, als deelnemer aan dat maatschappelijke debat.

In het licht van al deze omstandigheden is de inmenging in de grondrechten van verzoeker door Google gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft dat toegang tot deze informatie beschikbaar en vindbaar blijft en (daarmee) het belang van Google om de desbetreffende zoekresultaten te kunnen (blijven) aanbieden. In zoverre faalt ook de stelling van verzoeker dat de weergave van deze URL’s in de zoekresultaten, die na een zoekopdracht op de naam van verzoeker in de zoekmachine van Google worden weergegeven, bovenmatig of irrelevant is.

Categorieën: WBP, Zoekmachine

Tags: , , , , , , , , ,