Rechtbank Den Haag 14 oktober 2015 (Zwanendriften), ECLI:NL:RBDHA:2015:11856

Rechtbank Den Haag 14 oktober 2015 (Zwanendriften), ECLI:NL:RBDHA:2015:11856

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door gedaagde geplaatste berichten op zodanige wijze steun vinden in de feiten dat van onrechtmatigheid van die berichten naar voorlopig oordeel geen sprake is. Onder die omstandigheden acht de voorzieningenrechter dergelijke uitlatingen – ook hangende de strafrechtelijke procedure met betrekking tot het zwanendriften en de besluitvorming omtrent een algeheel verbod op zwanendriften – toelaatbaar en hoeft gedaagde zich daarvan niet te onthouden.

In haar berichten op Twitter en Facebook heeft gedaagde (samengevat) vermeld dat zij zich ‘aangeschoten wild’ en ‘vogelvrij verklaard’ en dat zij zich bedreigd voelt door eisers en dat dit gevoel versterkt wordt zolang de jachtvergunning van eisers niet is ingetrokken en hij nog over wapens beschikt. Hoewel gedaagde ter zitting heeft erkend dat van bedreiging met een wapen door eisers geen sprake is geweest, is de voorzieningenrechter desondanks van oordeel dat de mededelingen van gedaagde op Facebook en Twitter jegens eisers voorshands niet onrechtmatig zijn. Het staat gedaagde immers vrij om zich over haar angst en haar gevoel van bedreiging uit te laten.

Gelet op het voorgaande is naar voorlopig oordeel onvoldoende gebleken dat de door gedaagde op Facebook en Twitter over eisers gedane uitlatingen onjuist, onnodig grievend of anderszins onrechtmatig jegens hem zijn.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Twitter

Tags: , ,