Rechtbank Den Haag 24 september 2015 (lijfsdwang), ECLI:NL:RBDHA:2015:11177

Rechtbank Den Haag 24 september 2015 (lijfsdwang), ECLI:NL:RBDHA:2015:11177

Uit de overgelegde stukken blijkt dat tweets over RBS op de Twitter-accounts van gedaagde niet zijn verwijderd, althans niet verwijderd zijn gehouden en dat gedaagde ook na het verlopen van de hiervoor genoemde termijn van een jaar nog twittert over RBS, waarbij hij RBS beschuldigt van fraude, hetgeen ook een overtreding van het gebod betreft. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de naam van het eerder door gedaagde gebruikte Twitter-account #JesterStrause is gewijzigd in ‘Expose Fraud RBS 24H’. Daarnaast gebruikt gedaagde thans ook het twitter-account @RBSFraud_Beyond, op welk account gedaagde verwijst naar de webpagina ‘RBS € 37Billion or $660Billion Daily’. Op de twitteraccounts gebruikt gedaagde als coverfoto afbeeldingen van de voormalige en huidige CEO van RBS. Als profielfoto’s worden afbeeldingen van de huidige CEO van RBS gebruikt, alsmede afbeeldingen van bestuursleden van RBS en van de (voormalige) raadslieden van RBS. Voorts heeft gedaagde onder de naam X een LinkedIn-account, waarin hij zich omschrijft als ‘Whistleblower & Future Consultant for FCC and SEC: Investigating Fraud @ RBS Worldwide, Comfort Card and Banco Santander’, terwijl gedaagde ook op de facebookpagina van de SEC over fraude bij RBS heeft bericht. Ook dit betreft overtredingen van gebod 3 door gedaagde .

Gedaagde verweert zich door te stellen dat hij niet in staat is om overtreding van het gebod onder 3 te staken, aangezien de berichten op de door hem ingestelde Twitter-accounts automatisch worden geplaatst in verband met een door hem aan die accounts gekoppelde generator. De voorzieningenrechter passeert dit verweer. gedaagde heeft ter zitting immers erkend dat hij het plaatsen van de berichten zou kunnen stoppen bijvoorbeeld wanneer hij een overeenkomst met RBS zou sluiten, zodat niet aan de orde is dat gedaagde op dit punt in de onmogelijkheid verkeert de veroordeling na te komen.

Gezien de ingrijpendheid van het dwangmiddel zal de voorzieningenrechter de verboden en geboden niet voor onbepaalde tijd uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaren. Nu echter vast staat dat gedaagde na het verstrijken van de termijn van een jaar van de eerdere uitvoerbaarheid van de geboden en verboden bij lijfsdwang de overtreding van de geboden en verboden heeft hervat, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de verboden en geboden thans voor de periode van maximaal vijf jaar uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Twitter

Tags: , ,