Rechtbank Den Haag 25 september 2015 (digitale loverboy), ECLI:NL:RBDHA:2015:11144

Rechtbank Den Haag 25 september 2015 (digitale loverboy), ECLI:NL:RBDHA:2015:11144

Voor zover voor internetrecht van belang:

Slachtoffer heeft verklaard dat zij een kortstondige relatie heeft gehad met profielnaam-1. Er was zonder haar medeweten een filmpje gemaakt van een vrijpartij. Gedreigd is om dat filmpje online te zetten, tenzij slachtoffer € 150 zou betalen.

De rechtbank acht het onaannemelijk dat een andere persoon dan verdachte zich niet alleen heeft uitgegeven als Philip op een vals Facebookaccount, maar daarbij ook nog toegang heeft gehad tot de WhatsApp van verdachte, die zijn telefoon niet aan anderen uitleent. Dat deze persoon dan ook nog de beschikking heeft gehad over het betreffende seksfilmpje dat op de laptop van verdachte stond, acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk.

Op grond van de verklaring van het slachtoffer, het WhatsAppbericht van verdachte, de Facebookconversatie van verdachte en de eigen verklaring van verdachte, acht de rechtbank de aan verdachte ten laste poging tot afdreiging wettig en overtuigend bewezen. (…)

De raadsman heeft aangevoerd dat de term ‘digitale loverboy’ te zwaar aan is gezet door het openbaar ministerie en dat verdachte daardoor in ernstige mate in zijn belangen is geschaad. De rechtbank overweegt hieromtrent allereerst dat in de berichtgeving van de politie en het openbaar ministerie geen sprake is geweest van beschuldigingen van het in de prostitutie brengen van vrouwen, maar van beschuldigingen van het contact leggen met vrouwen en hen geld afhandig maken.

Het openbaar ministerie heeft er bij het doen van de gewraakte uitlatingen onvoldoende rekening mee gehouden dat deze term in het dagelijks gebruik associaties met gedwongen prostitutie oproept. Hoewel het openbaar ministerie niet verantwoordelijk is voor de montage van het televisieprogramma Eén Vandaag, dat beelden van prostitutie in haar uitzending als achtergrondbeelden heeft verwerkt, valt het te betreuren dat deze montage heeft plaatsgevonden. Tegelijkertijd heeft te gelden dat de kwalificatie digitale loverboy de werkzaamheden van verdachte op zichzelf juist duidt, hoewel niet in de klassieke zin, en heeft deze kwalificatie derhalve voldoende feitelijke grondslag.

Categorieën: Afdreiging (art. 318 Sr.), Filmpjes op internet, Zedendelicten

Tags: , , ,