Rechtbank Den Haag 6 september 2016 (Stee aan Zee), ECLI:NL:RBDHA:2016:10651

Rechtbank Den Haag 6 september 2016 (Stee aan Zee), ECLI:NL:RBDHA:2016:10651

Anders dan gedaagde kennelijk aanvoert is de naam Stee aan Zee niet dusdanig beschrijvend dat daaraan iedere bescherming op basis van de handelsnaamwet moet worden ontzegd. Het woordje “stee” is archaïsch of minder courant Nederlands, of althans het vormt op zichzelf geen algemeen gebruikelijke aanduiding zoals “bouwcentrum”. De voorbeelden van gebruik van het woord in de betrokken branche waar gedaagde op heeft gewezen, zijn zeer beperkt in aantal. Bovendien betekent het woordje “stee” volgens Van Dale “plaats”, “plek” of “boerderij” hetgeen niet zonder meer beschrijvend is voor logiesdiensten. Daarbij komt dat de combinatie van woorden een rijm geeft.

De markt waarop beide partijen zich richten, is uit zijn aard juist op mensen buiten die regio, te weten heel Nederland en ook het buitenland, gericht. Beide ondernemingen zijn aldus ook actief op het internet met sterk gelijkende domeinnamen. Bovendien gaat het in beide gevallen om vestigingsplaatsen die aan of zeer nabij de Noordzee-kust van Nederland zijn gelegen. Mogelijk zullen maar weinig klanten “per ongeluk” hun logies boeken in Katwijk terwijl ze eigenlijk in Zeeland zochten maar geenszins is uit te sluiten dat klanten op zoek naar accommodatie dicht bij het strand toch door de een met de ander in aanraking komen. Aannemelijk is bovendien dat een aanzienlijk deel van het publiek zal denken dat de ondernemingen aan elkaar gelieerd zijn.

Het gebruik van de domeinnaam www.steeaanzee.com is tevens te zien als handelsnaamgebruik nu het overeenstemt met de door gedaagde gevoerde handelsnaam en door het publiek zodoende als zodanig zal worden beschouwd.

Categorieën: Domeinnamenrecht, Handelsnaamrecht

Tags: , , , ,