Rechtbank Gelderland 6 oktober 2016 (zeven liquidaties), ECLI:NL:RBGEL:2016:5286

Rechtbank Gelderland 6 oktober 2016 (zeven liquidaties), ECLI:NL:RBGEL:2016:5286

Gedaagde onderhoudt de website. Op 5 april 2016 heeft gedaagde op deze site alle processen-verbaal die aanvankelijk op de website van X stonden geplaatst. Ook heeft hij op deze website hyperlinks geplaatst naar websites waarop de processen-verbaal en andere informatie uit de strafrechtelijke onderzoeken stonden en/of staan gepubliceerd.

De voorzieningenrechter verbiedt gedaagde om gedurende zes maanden na dit vonnis enige informatie uit voornoemde strafrechtelijke onderzoeken op enige website te plaatsen of deze informatie anderszins openbaar te maken of te doen maken, waaronder tevens is begrepen het verwijzen naar een website/internetlocatie waar of via welke deze informatie te vinden is.  De voorzieningenrechter heeft in dat vonnis geoordeeld dat het gevorderde verbod op publicatie van en het doorlinken naar de vertrouwelijke informatie in de gegeven omstandigheden een gerechtvaardigde inbreuk maakt op het grondrecht van gedaagde van vrijheid van meningsuiting. De gronden waarop die beslissing steunt zijn enerzijds dat het beginsel van ‘fair trial’ in het strafproces, welk beginsel de Staat dient te beschermen, onder druk komt te staan als vrijgegeven getuigenverklaringen andere getuigen in dezelfde strafzaak bereiken voordat zij zelf zijn gehoord, waardoor het proces van waarheidsvinding ernstig wordt verstoord, en anderzijds dat door openbaarmaking van de vertrouwelijke documenten wordt gevreesd voor de veiligheid van de getuigen.

Nu wordt door De Staat verlenging van dit verbod gevorderd. Gedaagde heeft in zijn verweer tegen deze vordering in de eerste plaats benadrukt dat de vertrouwelijke documenten op dit moment in het geheel niet, ook niet via een hyperlink, op zijn website staan gepubliceerd. Volgens gedaagde bestaat daarom geen aanleiding voor een verlenging van het verbod. Voor het opleggen van een dergelijk verbod kan echter ook aanleiding bestaan indien niet reeds is gepubliceerd, maar wel een voldoende concrete dreiging bestaat dat dit zou kunnen gaan gebeuren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. Op een eerder moment heeft gedaagde de vertrouwelijke informatie immers wel op zijn website gepubliceerd en daarnaar doorgelinkt en heeft hij bovendien, ondanks het feit dat enkele dagen daarvoor door de voorzieningenrechter in Amsterdam in het kader van de procedure tegen X reeds was geoordeeld dat de publicatie als onrechtmatig werd aangemerkt, geweigerd deze informatie van zijn website te verwijderen om de reden dat hij het niet met het vonnis in de zaak X eens was. Vordering toegewezen.

Categorieën: Eerlijk proces, Hyperlinks, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , ,