Rechtbank Midden-Nederland 17 januari 2017 (17-jarige prostituee), ECLI:NL:RBMNE:2017:168

Rechtbank Midden-Nederland 17 januari 2017 (17-jarige prostituee), ECLI:NL:RBMNE:2017:168

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.

Dat verdachte – zoals hij heeft verklaard – dacht dat het meisje meerderjarig was nu zij haar diensten als volwassene via internet aanbood en zij er daadwerkelijk als een meerderjarige uitzag, doet aan de strafrechtelijke verwijtbaarheid die verdachte kan worden gemaakt niet af. Verdachte heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat het meisje meerderjarig was. Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.

Bij jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt.

De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een legale website. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de mogelijke gevolgen daarvan voor de minderjarige, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval waarin iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was.

Categorie├źn: Zedendelicten

Tags: , , , ,