Rechtbank Midden-Nederland 4 maart 2015 (Fuelplaza vs. Gaos), ECLI:NL:RBMNE:2015:1063

Rechtbank Midden-Nederland 4 maart 2015 (Fuelplaza vs. Gaos), ECLI:NL:RBMNE:2015:1063

Artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE heeft tot doel de goodwillfunctie van het merk te beschermen door verwatering, aanhaken en afbreken te bestrijden, niet om de merkhouder een onbeperkt recht tot optimale uitbating van zijn merk te gunnen.

Gedaagde Gaos heeft terecht aangevoerd dat het registreren van een domeinnaam welke overeenkomt met een merk, hetgeen tot gevolg heeft dat de merkhouder geen website kan voeren onder diezelfde domeinnaam, op zichzelf nog geen onrechtmatige daad oplevert. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist, zoals kwader trouw bij registratie van de domeinnaam of verwarring wekkend gebruik van de domeinnaam. Dergelijke omstandigheden zijn echter gesteld noch gebleken. De enkele weigering van Gaos om de domeinnaam aan Fuelplaza te verkopen tegen een (door Fuelplaza) redelijke (geachte) prijs is evenmin onrechtmatig. Ook daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Een dergelijke omstandigheid kan in het onderhavige geval niet worden gevonden in een afweging van de belangen van partijen.

Categorie├źn: Domeinnamenrecht, Handelsnaamrecht, Merkenrecht

Tags: , , , , ,