Rechtbank Noord-Holland 31 augustus 2016 (Jaatogg), IT 2136

Rechtbank Noord-Holland 31 augustus 2016 (Jaatogg), IT 2136

Verzet door Facebook tegen eerder gewezen verstekvonnis.

Uit de algemene voorwaarden van providers, zoals Facebook of Instagram, volgt duidelijk dat zij er alles aan stellen te doen om dergelijke onrechtmatige uitingen (bijvoorbeeld in de vorm van pesten, het plaatsen van privacygevoelige informatie over anderen, seksueel misbruik) te voorkomen en te bestrijden. In de regel mogen gebruikers van door providers geleverde diensten volgens de richtlijnen van de providers ook geen profielen aanmaken met gegevens de niet van hen zijn.

Gedaagde in verzet heeft gesteld dat het voor haar niet acceptabel zou zijn dat voor een onrechtmatige daad die op Nederlandse bodem tegen haar is gepleegd, de toegang tot de rechter in Nederland afgesloten is, Nederlands recht niet van toepassing zou zijn en zij slechts in de VS haar recht zou kunnen halen. Gedaagde in verzet beroept zich in dit verband op art. 6 EVRM alsmede op art. 6 Rv, waarin is vastgelegd dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schade toebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan.

Tegenover de gemotiveerde stellingname van Facebook in haar verzetsdagvaarding, dat Facebook niet beschikt over en geen toegang heeft tot de door gedaagde in verzet gevorderde gegevens, omdat deze door LLC in de VS worden beheerd, heeft gedaagde in verzet geen nieuwe feiten en/of omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat ook Facebook de gevorderde gegevens kan verstrekken.

Dit brengt mee dat, zoals Facebook stelt, in het geval laatstgenoemde geen toegang heeft tot de gegevens, gedaagde in verzet onvoldoende belang heeft bij haar vordering tegen Facebook.

Wat betreft het betoog van gedaagde in verzet dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vordering tegen Instagram, overweegt de rechtbank dat dit haar niet kan baten: gedaagde in verzet heeft haar vordering niet ingesteld tegen LLC, zodat de vraag of de rechtbank bevoegd is om van de vordering tegen LLC kennis te nemen geen behandeling behoeft.

Uit het vorenstaande volgt dat het door Facebook gevorderde dient te worden toegewezen. Het verstekvonnis van 10 februari 2016 dient te worden vernietigd en opnieuw rechtdoende zullen de vorderingen van gedaagde in verzet worden afgewezen.

Categorie├źn: Bevoegdheid/rechtsmacht (Nederlandse) rechter, Doorgeven NAW-gegevens, Eerlijk proces, Sociale netwerksites

Tags: , , , , ,