Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2015 (internetoplichting), ECLI:NL:RBNNE:2015:4656

Rechtbank Noord-Nederland 2 oktober 2015 (internetoplichting), ECLI:NL:RBNNE:2015:4656

De rechtbank overweegt dat uit de bestaande jurisprudentie volgt dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren, niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr.

In het onderhavige geval omvatten de gedragingen van verdachte meer dan het zich enkel voordoen als een bonafide verkoper, nu die gedragingen ook inhouden dat verdachte telkens opzettelijk valse namen en e-mailadressen hanteerde. Verdachte heeft hiermee tevens onbruikbare contactgegevens aan zijn wederpartijen verstrekt. Door gebruikmaking van normale eigennamen -niet zijnde verdachte ’s werkelijke naam- en bijpassende e-mailadressen heeft verdachte de indruk gewekt dat hij met open vizier handelde en traceerbaar was, hetgeen van belang is in geval van niet-nakoming. Kopers werden hierdoor bewogen een koopovereenkomst te sluiten en hun eigen verplichting -de betaling van de koopsom- na te komen. Door voor te wenden dat hij woonachtig was in een woonplaats op grote afstand van de woonplaats van de kopers, heeft hij in een aantal gevallen voorkomen dat kopers de aangeboden goederen zouden proberen op te halen en zouden bemerken dat hij die niet tot zijn beschikking had. Verdachte heeft aldus op valse wijze gebruik gemaakt van het op handelsnaam 1 en handelsnaam 2 gangbare handelspatroon op basis van welk patroon de betrokken bezoekers van deze internetsites mochten verwachten dat verdachte de goederen voor de afgesproken prijs en op de afgesproken wijze zou leveren. In die verwachting hebben zij geld naar verdachte overgemaakt.

Categorie├źn: E-mail, Identiteitsfraude, Oplichting

Tags: , , , , , ,