Rechtbank Noord-Nederland 2 september 2015 (15-jarige oplichter), ECLI:NL:RBNNE:2015:4159

Rechtbank Noord-Nederland 2 september 2015 (15-jarige oplichter), ECLI:NL:RBNNE:2015:4159

Gedaagde zoon C heeft zich al vanaf oktober 2014 beziggehouden met uiteenlopende oplichtingspraktijken. Zo heeft C zich via het internet voorgedaan als een incassobureau dat personen benaderde om hen een gefingeerde vordering te laten voldoen. Indien de betreffende personen daartegen bezwaar wilden maken, moesten zij een telefoonnummer bellen, waarna zij lange tijd in de wacht werden gezet tegen een tarief van ongeveer € 1,00 per minuut. Ook is niet in geschil dat C,  zelfs na de inschakeling van de politie en een tijdelijke plaatsing in een behandelcentrum, zijn gedragingen niet heeft gestaakt en voor een bedrag groot € 73.530,00 aan “leads” bij Response heeft besteld, in de wetenschap dat hij dit bedrag niet zou kunnen voldoen. Voorts is onweersproken door Response gesteld dat C de door haar geleverde gegevens heeft aangewend voor zijn oplichtingspraktijken.

De ouders hebben, vanaf het moment dat zij bekend zijn geworden met de oplichtingspraktijken van hun zoon, de politie ingeschakeld. Zij hebben geen computer meer in huis en C heeft zijn smartphone moeten inleveren.  De voorzieningenrechter is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de ouders alle mogelijke voorzorgsmaatregelen hebben getroffen om het onrechtmatig handelen van C te beletten. Dat C desondanks zijn onrechtmatig handelen heeft voortgezet door een bestelling bij Response te plaatsen (en kennelijk toch kans heeft gezien om, in weerwil van de door de ouders genomen maatregelen, toegang tot het internet te verkrijgen), mag zo zijn, maar gelet op alle getroffen maatregelen hebben de ouders gedaan wat in redelijkheid van hen kon worden gevergd. Dit betekent dat het beroep van de ouders op de disculpatiemogelijkheid van artikel 6:169 lid 2 BW slaagt.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat niet valt uit te sluiten dat C zich nog steeds bezighoudt met de doorverkoop van de “leads”. Response heeft voldoende onderbouwd gesteld dat de adressen die worden doorverkocht, dezelfde adressen zijn die Response aan C heeft geleverd. Het voorgaande brengt met zich dat de voorzieningenrechter het gevorderde verbod jegens de ouders in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van C toewijsbaar acht.

Categorieën: Identiteitsfraude, Onrechtmatige daad, Oplichting

Tags: , , , , , , ,