Rechtbank Oost-Brabant 13 januari 2016 (contra-expertise), ECLI:NL:RBOBR:2016:64

Rechtbank Oost-Brabant 13 januari 2016 (contra-expertise), ECLI:NL:RBOBR:2016:64

Geschil naar aanleiding van koopovereenkomst van onderneming.

Nu niet is komen vast te staan dat zich negatieve effecten als bedoeld in de Overeenkomst hebben voorgedaan was gedaagde niet gerechtigd het gebruik van de naam-A door eiseres te beëindigen zodat die beëindiging niet geldig is. Eiseres kan onverminderd aanspraak maken op het gebruik van de naam-A in haar handelsnamen en gedaagde kan zich daartegen niet met een beroep op artikel 5 van de Handelsnaamwet verzetten.

Gedaagde heeft gesteld dat zij op basis van haar rechten verbonden aan haar handelsnamen ex artikel 5 Hnw het gebruik van de door eiseres gebruikte domeinnaam kan verbieden en dat het eiseres uiteraard niet was toegestaan deze domeinnaam ‘op eigen naam’ te registreren. De domeinnaam stemt overeen met de handelsnaam van eiseres en wordt door haar gebruikt ter onderscheiding van haar diensten. Uit hetgeen hiervoor ten aanzien van de handelsnamen van eiseres is overwogen volgt dat eiseres het gebruik van die handelsnaam is toegestaan en dat brengt mee dat het haar eveneens is toegestaan haar domeinnaam te gebruiken en te blijven gebruiken en dat er geen grond is om deze domeinnaam aan gedaagde over te dragen.

Categorieën: Domeinnamenrecht, Handelsnaamrecht, Verbintenissenrecht

Tags: , , ,