Rechtbank Oost-Brabant 24 juli 2015 (Julianapark), ECLI:NL:RBOBR:2015:4757

Rechtbank Oost-Brabant 24 juli 2015 (Julianapark), ECLI:NL:RBOBR:2015:4757

Wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met slachtoffer meerdere keren heeft gesproken over een ontmoeting, waarbij verdachte ook één keer concreet het Julianapark in Veendam als ontmoetingsplaats heeft genoemd. Verder heeft verdachte daarbij aan slachtoffer aangegeven dat hij aan haar borsten wilde zitten en haar wilde ontmaagden. Dat verdachte slachtoffer enkel wilde ontmoeten in zijn fantasiewereld en niet in werkelijkheid, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Zij heeft daarbij in aanmerking genomen dat een en ander toch moeilijk valt te rijmen met de inhoud van verdachtes uitlatingen jegens slachtoffer , de daarin uitgesproken wens haar te ontmoeten en de beschrijving van de seksuele handelingen die hij bij haar wilde verrichten in het bijzonder, en het feit dat verdachte nadien met een ander slachtoffer na een vergelijkbare digitale correspondentie daadwerkelijk tot een lijfelijke ontmoeting is overgegaan en bij die gelegenheid ontuchtige handelingen met dat slachtoffer heeft gepleegd. Al met al acht de rechtbank het, anders dan de verdediging, op basis van de hierna in de bewezenverklaring genoemde gedragingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte slachtoffer wilde ontmoeten met het oogmerk om ontuchtige handelingen te plegen.

Voor het voltooide delict van artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de verdachte enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van zijn voorstel tot een ontmoeting met als oogmerk het plegen van ontuchtige handelingen. Op grond van de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat verdachte concrete uitvoeringshandelingen, gericht op een dergelijke ontmoeting met slachtoffer , heeft verricht. Gezien de onder dit feit bewezen verklaarde gedragingen en hetgeen hierboven is overwogen, acht de rechtbank een poging tot grooming wel wettig en overtuigend bewezen. Immers, verdachte heeft meerdere keren met slachtoffer over een ontmoeting gesproken waarbij hij ook één keer een concrete ontmoetingsplaats heeft genoemd en met haar gesproken over seksuele handelingen die hij met haar wilde verrichten. Daarmee heeft het voornemen van verdachte om slachtoffer een ontmoeting voor te stellen met het oogmerk om ontuchtige handelingen te plegen zich naar uiterlijke verschijningsvorm door een begin van uitvoering geopenbaard. Dat het niet tot een daadwerkelijke ontmoeting is gekomen, is niet afhankelijk geweest van de wil van de verdachte, maar veel meer te danken aan het feit dat slachtoffer naderhand de boot verder heeft afgehouden.

Categorieën: Chat, Grooming

Tags: , , , ,