Rechtbank Overijssel 24 januari 2017 (over zichzelf afgeroepen), ECLI:NL:RBOVE:2017:278

Rechtbank Overijssel 24 januari 2017 (over zichzelf afgeroepen), ECLI:NL:RBOVE:2017:278

Verzoeker stelt dat de combinatie van gegevensverwerking een totale exposure betekent van zijn persoonsgegevens, te weten zijn naam, afbeeldingen en films van hemzelf, alsook de vermelding van zijn voormalige bedrijf in combinatie met een gekleurde weergave van de behandeling van de strafzaak ter zitting in eerste aanleg, terwijl uit het hoger beroep volgt dat die gekleurde weergave in strijd is met de veroordeling in hoger beroep. Vordering om zoekresultaten uit Google te verwijderen.

Aan de orde is thans allereerst de vraag of het in dit geval gaat om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Het gaat daarbij om de op het internet gepubliceerde gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon die door de exploitant van de zoekmachine in de vorm van een resultatenlijst met hyperlinks aan de internetgebruiker wordt verstrekt.

Nu het verzoek ten aanzien van URL-1 strafrechtelijke persoonsgegevens betreft, geldt in beginsel het verbod van verwerking van deze gegevens zoals is bepaald in artikel 16 Wbp. Voorts is niet gebleken van een van de uitzonderinggronden die limitatief en exclusief zijn opgesomd in artikel 22 Wbp op de toepassing van het verbod tot verwerking van de strafrechtelijke persoonsgegevens.

Naar het oordeel van de rechtbank ligt dit anders voor de overige URL’s. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op artikel 23 lid 1 sub b Wbp door Google ten aanzien van voornoemde URL’s slaagt. Op basis van de voorhanden zijnde gegevens concludeert de rechtbank dat de intentie om deze gegevens openbaar te maken uitdrukkelijk blijkt uit de gedragingen van verzoeker . De openbaar gemaakte gegevens hebben betrekking op zakelijke en reclameactiviteiten van verzoeker in het kader van zijn voormalige bedrijf X . Zo wordt in het You-tube-filmpje door verzoeker een ontwerp van X aangeprezen. Verzoeker profileert zich derhalve uitdrukkelijk, via een filmpje en (een verwijzing naar) nieuwsberichten van naam website , waarin – onder meer een foto van hem is geplaatst met op de achtergrond het logo van zijn bedrijf – in de publiciteit om zijn voormalige bedrijf X te promoten. Naar het oordeel van de rechtbank legitimeert vorenstaande de verwerking door Google van de (bijzondere) persoonsgegevens ten aanzien van URL 2, URL 3 en URL 4. Het vorenstaande leidt evenzeer tot de conclusie dat de subsidiaire door verzoeker aangevoerde grondslag niet tot een ander oordeel leidt. Niet kan worden ingezien dat de door verzoeker opgeworpen belangenafweging zou moeten leiden tot het oordeel dat ook de URL’s 2, 3 en 4 zouden moeten worden verwijderd. De rechtbank is van oordeel dat er in ieder geval geen sprake is van ontoereikendheid of een gebrek aan relevantie met betrekking tot de voornoemde uitingen. Ook van bovenmatigheid is geen sprake. Niet kan immers worden ingezien dat het zakelijk verleden van verzoeker thans niet meer kenbaar zou moeten of hoeven te zijn.

Categorieën: WBP, Zoekmachine, Zoekmachineresultaat

Tags: , , , , , , , ,