Rechtbank Rotterdam 15 maart 2016 (seksueel binnendringen), ECLI:NL:RBROT:2016:1928

Rechtbank Rotterdam 15 maart 2016 (seksueel binnendringen), ECLI:NL:RBROT:2016:1928

Uit de arresten van de strafkamer van de Hoge Raad van 30 november 2004, NJ 2005, 184 en 22 maart 2011, LJN BP1379 volgt dat er onder omstandigheden sprake van ontucht met een minderjarige kan zijn zonder dat er een lichamelijke aanraking tussen de dader en de minderjarige is geweest. Of in een zodanig geval de gedraging(en) van de dader – al dan niet in onderlinge samenhang bezien – het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen opleveren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt in het bijzonder betekenis toe aan het antwoord op de vraag of en zo ja, in hoeverre tussen de dader en het slachtoffer enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie heeft plaatsgevonden. De reactie van die ander kan – volgens de Hoge Raad – bijvoorbeeld bestaan uit het aannemen van een bepaalde houding, die in het dagelijkse leven is geseksualiseerd of een andere actieve seksuele handeling van de minderjarige zelf.

Bij de tenlastegelegde feiten hebben de minderjarigen, waaronder een slechts 12-jarige, zichzelf – voor een door hen ingeschakelde webcam en aldus zichtbaar voor de verdachte – uitgekleed, hun borsten en/of vagina aan de verdachte getoond en aangeraakt en zichzelf gepenetreerd met de vingers en/of de achterzijde van een haarborstel. Deze actieve seksuele handelingen van de minderjarigen bij zichzelf en voor de webcam waren een reactie op, dringende, verzoeken van de verdachte. Voorts heeft de verdachte daarbij aan ten minste één minderjarige instructies gegeven wat zij moest doen, bijvoorbeeld hoeveel vingers zij in haar vagina moest doen. In reactie daarop volgde de minderjarige deze instructies op: voor de webcam en zichtbaar voor de verdachte. Tijdens de webcamcontacten kwam het regelmatig voor dat de verdachte zichzelf seksueel bevredigde.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft hiermee bij de tenlastegelegde feiten tussen de verdachte en de slachtoffers voor het plegen van ontucht zodanig relevante interactie plaatsgevonden, dat deze als het plegen van ontucht met die minderjarigen kan worden aangemerkt, welke ontucht in de onderhavige gevallen mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen in de vagina van de desbetreffende minderjarigen.

Volgt veroordeling tot 3 jaar gevangenisstraf waarvan 1 jaar voorwaardelijk.

Categorieën: Webcam, Zedendelicten

Tags: , , , , , , ,