Rechtbank Rotterdam 21 september 2016 (boete ontbindingsrecht), ECLI:NL:RBROT:2016:7231

Rechtbank Rotterdam 21 september 2016 (boete ontbindingsrecht), ECLI:NL:RBROT:2016:7231

Bezwaar tegen bestuurlijke boetes  en publicatie vanwege een drietal overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming gelezen in samenhang met de artikelen 6:193c, eerste lid, aanhef en onder g en slotgedeelte, 6:230r, eerste en tweede lid, en 6:193b, tweede lid BW.

Volgens ACM heeft de onderneming het beleid gevoerd om de consument de door hem betaalde bezorgkosten niet terug te betalen bij gebruik van het recht van ontbinding in gevallen waarin de consument het product tijdig – binnen 14 dagen na ontvangst – retour had gezonden. Ook wanneer de onderneming waardebonnen aan de consument toezond in plaats van het geld terug te betalen, was in 25 van die gevallen de waarde van de waardebon lager dan het totaalbedrag van de bestelling. Voorts is volgens het rapport van die gevallen waarin een waardebon is toegestuurd in 94 gevallen sprake van het niet binnen 14 dagen toezenden daarvan na ontvangst van de retour. Deze gedragingen zijn volgen ACM in strijd met artikel 6:230r, eerste lid, van het BW. Voor de gevallen waarin de consument bij de retourzending geen rekeningnummer had vermeld, hanteerde de onderneming het beleid om wanneer consumenten contact opnamen over het achterwege blijven van terugbetaling een waardebon naar de consument te zenden. Vastgesteld is dat dit 191 maal is gebeurd. Pas wanneer de consument herhaald bleef bellen over terugbetaling en geen waardebon accepteerde werd een terugbetaling verricht onder de noemer ‘weerstand waardebon’. Het niet terugbetalen van de consument met hetzelfde betaalmiddel als waarmee die heeft betaald, zonder dat de consument daar uitdrukkelijk mee heeft ingestemd levert strijd op met artikel 6:230r, tweede lid, van het BW. Volgens ACM is ter zake van deze overtredingen voorts sprake van een collectieve inbreuk op consumentenrechten, omdat de werkwijze het gevolg was van beleidsmatige keuzes door de onderneming.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat de boeteoplegging aan verzoekers in essentie niet in stand zal kunnen blijven.

Categorieën: Bestuursrecht, E-commerce

Tags: , , , , , ,