Rechtbank Rotterdam 22 juli 2015 (relatie met terrorist), ECLI:NL:RBROT:2015:5254

Rechtbank Rotterdam 22 juli 2015 (relatie met terrorist), ECLI:NL:RBROT:2015:5254

Voor zover voor internetrecht van belang:

Rechtsvraag: Heeft de verdachte door haar handelwijze een (terroristisch) oogmerk gehad zoals dat is vereist voor deelname aan een criminele c.q. terroristische organisatie ex art. 140 respectievelijk art. 140a Sr respectievelijk de voortzetting van werkzaamheden van zo’n organisatie? De rechtbank is van oordeel dat daarvoor in de inhoud van het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is aangetroffen. Immers, uitgaande van de hiervoor genoemde bemoeienissen van de verdachte, geldt het navolgende: Weliswaar heeft de verdachte een persoonlijke (internet)relatie gehad met T, die gekwalificeerd kon worden als lid van de verboden terroristische organisatie DTM en/of IJU, maar dit levert nog geen bewijs op voor de stelling dat de verdachte eveneens lid is (geweest) van diezelfde organisatie(s); wie een relatie heeft met een terrorist wordt daarmee zelf nog geen terrorist.

 

Categorieën: Terrorisme

Tags: , ,