Rechtbank Rotterdam 25 november 2015 (afmijnen), ECLI:NL:RBROT:2015:8370

Rechtbank Rotterdam 25 november 2015 (afmijnen), ECLI:NL:RBROT:2015:8370

De rechtbank is van oordeel dat niet valt in te zien wat de betrokken notaris te verwijten valt. Immers, eerst nadat door de bieder uit de veilingzaal was ‘afgemijnd’ en de veilingmeester met zijn hamer had geslagen, heeft in die zaal het geluidssignaal geklonken dat behoorde bij het klikken door eiser op de biedknop op het scherm van zijn computer, terwijl gesteld noch gebleken is dat de veilingmeester en/of notaris op dat moment wist(en) of had(den) moeten weten dat eiser al eerder op de biedknop had geklikt – voor zover dat laatste inderdaad zo is. De notaris mocht er dus van uitgaan dat de bieder uit de zaal als eerste had ‘afgemijnd’ en door het Object aan deze bieder te gunnen heeft hij dan ook geen enkele zorgvuldigheidsnorm jegens eiser overtreden.

Door eiser is niet betwist de stelling van het NIIV dat onvermijdelijk is dat er tussen het klikken op de biedknop op het scherm van de computer van de bieder en het afspelen van het geluidssignaal in de veilingzaal enige tijd zit en dat die vertraging groter kan zijn ten gevolge van factoren die geheel buiten de invloedssfeer van het NIIV liggen, zoals een trage(re) computer of een tragere internetverbinding van de bieder of vertraging van het (openbare) internetverkeer door bijvoorbeeld (tijdelijke) zware belasting, nog daargelaten de mogelijkheid van storingen of onderbrekingen in de geboden ict-faciliteiten. Daarmee is gegeven dat er discussies kunnen ontstaan over welk bod het eerste was. De rechtbank acht het alleszins redelijk dat het NIIV – zoals zij onbetwist heeft gesteld een stichting die aan de aan een internetveiling deelnemende bieders geen vergoeding voor haar dienstverlening vraagt en haar diensten (financieel) belangeloos uitvoert en dus ook niet de middelen heeft om claims als die van eiser te honoreren – door middel van algemene voorwaarden voorziet in een oplossing voor mogelijke discussies. Evenmin acht de rechtbank het onredelijk dat de notaris – de persoon die de leiding over de veiling heeft en van wie verwacht mag worden dat hij objectief en deskundig handelt – is aangewezen als degene die beslissend voor partijen mag oordelen over (onder andere) de vraag welk bod het eerste was. In dit verband acht de rechtbank ook van belang dat, wanneer een bieder niet het risico wil lopen dat hij door de met een internetbieding noodzakelijkerwijs gemoeide vertraging achter het net vist, hij ervoor kan kiezen zelf naar de veiling te gaan ofwel ter plaatse namens zichzelf te laten bieden en dus een alternatief heeft voor het bieden via internet.

Categorieën: E-commerce, Online veilingen-marktplaats

Tags: , , ,