Rechtbank Rotterdam 25 november 2015 (auteursrecht op webwinkel), ECLI:NL:RBROT:2015:8708

Rechtbank Rotterdam 25 november 2015 (auteursrecht op webwinkel), ECLI:NL:RBROT:2015:8708

Eiseres (vrouw) en gedaagde (man)waren in gemeenschap van goederen getrouwd en hadden samen een webshop. In echtscheidingsconvenant was bepaald dat de eiseres de webwinkel zou krijgen en  gedaagde de gehele inboedel. Een half jaar na het echtscheidingsconvenant opent gedaagde een vergelijkbare, concurrerende webwinkel.

Tussen partijen is niet in geschil dat de op de website geplaatste foto’s op zichzelf beschouwd kwalificeren als werken in auteursrechtelijke zin. Anders dan gedaagde is de rechtbank van oordeel dat dit ook geldt voor de afzonderlijke teksten ter aanprijzing van de bronzen beelden en andere artikelen. Weliswaar zijn deze teksten van algemene aard, maar door de gemaakte keuzes en rangschikking van de woorden voldoen ook zij aan de hiervoor weergegeven werktoets. Dit laatste geldt evenzeer voor de inrichting van de website als geheel. Het aangekochte, door gedaagde aangeduid als “huis, tuin en keuken” frame, laat voldoende ruimte voor het maken van creatieve keuzes. Ook het enkele feit dat op de website tevens afbeeldingen of teksten staan die afkomstig zijn van leveranciers en deze toestemming voor verder gebruik hebben gegeven, doet niet af aan de omstandigheid dat bij de samenstelling van de inhoud en de inrichting van de website als geheel creatieve keuzes zijn gemaakt, waardoor de website van eiseres als werk kwalificeert. Gedaagde heeft met het overnemen van (delen van) de website van eiseres inbreuk gemaakt op het (mede) auteursrecht van eiseres.

Aan het echtscheidingsconvenant komt in deze wel degelijk betekenis toe. Weliswaar is in de bepalingen daarvan ter zake van de webwinkel niet letterlijk bepaald dat het gedaagde niet zou zijn toegestaan concurrerende werkzaamheden aan te vangen, maar zeker in een geval als het onderhavige geldt dat de omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de puur taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend blijft immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 5 april 2013 (Lundiform/Mexx), ECLI:NL:HR:2013:BY8101). Nu het hier om een echtscheiding gaat, brengt een redelijke uitleg mee dat er vanuit mag worden gegaan dat de overeengekomen verdeling er toe strekte eiseres in staat te stellen haar werkzaamheden in de webwinkel voort te zetten en daaruit inkomsten te halen, te meer daartegenover stond dat gedaagde de hele inboedel kreeg. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat het daarbij niet past om gelijk nadat het convenant was gesloten gelijksoortige concurrerende werkzaamheden aan te vangen. Eiseres mocht van gedaagde verwachten dat hij zich daarvan zou onthouden. De rechtbank is evenwel van oordeel dat een redelijke uitleg van de overeenkomst ook meebrengt dat dit ‘verbod’ niet eeuwigdurend is. Gelet op het feit dat het thans meer dan twee jaar geleden is dat het convenant werd overeengekomen, kan het gedaagde niet meer verboden worden om – binnen de grenzen van hiervoor geschetste algemene kader en de auteursrechten van eiseres respecterend – concurrerende werkzaamheden te ondernemen.

Categorieën: Auteursrecht, Personen- en familierecht, Verbintenissenrecht

Tags: , , , ,