Rechtbank Rotterdam 4 februari 2016 (HBO GO-app), ECLI:NL:RBROT:2016:810

Rechtbank Rotterdam 4 februari 2016 (HBO GO-app), ECLI:NL:RBROT:2016:810

De wetgever heeft met het verbod op tariefdifferentiatie, dat ligt besloten in artikel 7.4a, derde lid, van de Tw, mede het oog gehad op het verbieden van een dienst, bestaande uit toegang tot (bepaalde) webpagina’s, diensten of toepassingen, waarbij het gebruik van bepaalde toepassingen of diensten wordt geblokkeerd of apart wordt getarifeerd. Het in artikel 7.4a, derde lid, van de Tw opgenomen verbod houdt aldus in dat de aanbieder van internet zijn tarief voor internet niet mag koppelen aan specifieke internetdiensten waarvan de eindgebruiker gebruik kan maken. Bij een dergelijke koppeling wordt de eindgebruiker mogelijk gestuurd in zijn keuzes, wat in strijd is met de netneutraliteit. Dit verbod maakt daarbij geen onderscheid tussen positieve en negatieve tariefdifferentiatie. De omstandigheid dat in de wetsgeschiedenis slechts als voorbeeld een vorm van negatieve tariefdifferentiatie wordt genoemd, maakt dat – alleen al omdat dit slechts een enkel voorbeeld is – niet anders.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gratis aanbieding van de HBO GO-app tot gevolg dat sprake is van een koppeling van het tarief van het abonnement aan de internetdienst HBO GO, omdat de abonnee die gebruik maakt van deze app een nultarief betaalt, terwijl voor de overige internetdiensten wel betaald moet worden. In zoverre is sprake van (verboden) tariefdifferentiatie. Omdat de app, als onderdeel van de aanbieding, geen losse dienst is als bedoeld in de parlementaire geschiedenis, staat de overtreding van artikel 7.4a, derde lid, van de Tw daarmee vast.

Categorieën: Bestuursrecht, Netneutraliteit

Tags: , , , ,