Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 11 maart 2016 (Eritrese intimidatie KG), ECLI:NL:RBAMS:2016:1284

Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 11 maart 2016 (Eritrese intimidatie KG), ECLI:NL:RBAMS:2016:1284

Van ernstige beschuldigingen aan het adres van eiser die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal is geen sprake is. Het artikel wordt dan ook niet onrechtmatig jegens eiser geacht. De Volkskrant heeft terecht aangevoerd dat zij een ernstige (publieke) misstand aan de kaak heeft gesteld en dat zij hiermee de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet heeft overschreden. Daar staat weliswaar tegenover dat publicatie van de tweet in het artikel mogelijk voor eiser nadelige gevolgen kan hebben, maar die tweet is door eiser zelf in de openbaarheid gebracht.

Dat de Volkskrant jegens eiser geen wederhoor heeft toegepast maakt het voorgaande niet anders. Het enkel achterwege laten van wederhoor leidt niet zonder meer tot onrechtmatigheid van een gewraakte publicatie. De vraag van de voorzieningenrechter waarom hij, twee dagen vóór het kort geding van X tegen Y, de tweet heeft verstuurd indien deze niet als intimidatie zou zijn bedoeld, heeft eiser immers niet afdoende kunnen beantwoorden.

Ook het beroep van eiser op de Wbp en zijn portretrecht leidt er niet toe dat zijn vorderingen (in enige vorm) kunnen worden toegewezen. Afgezien van het feit dat de afgebeelde tweet (en het portret) van de website van de Volkskrant zijn verwijderd, valt voorshands niet in te zien dat een twitterbericht een persoonsgegeven is. Door op Twitter de openbaarheid te zoeken, gaat de gebruiker bovendien akkoord met de voorwaarden van Twitter, die hergebruik door derden toestaan en aanmoedigen. Eiser heeft er zelf voor gekozen de tweet (met zijn portret) de wereld in te sturen en de bedoeling hiervan is maximale aandacht. Tegen die achtergrond kan een beroep op privacy dan ook niet slagen.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Openbaar, persoonsgegevens, Twitter

Tags: , , , , , , ,