Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 11 mei 2016 (cadeauwinkel), ECLI:NL:RBDHA:2016:5505

Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 11 mei 2016 (cadeauwinkel), ECLI:NL:RBDHA:2016:5505

Vaststaat dat op Facebookgroep 1 staat vermeld dat website een malafide site is en dat eiser de eigenaar van deze site is. Daarbij staan de adresgegevens en het mobiele telefoonnummer van eiser vermeld en gegevens over de auto waarin hij rijdt met de oproep aan personen die nog iets te vorderen hebben van eiser om bij hem langs te gaan. Ten slotte wordt in deze Facebookgroep vermeld dat eiser op naam van zijn vriendin een cadeauwinkel in het centrum van plaats is gestart. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat het plaatsen van deze specifieke informatie (zeker in combinatie met de oproep om bij hem langs te gaan) jegens eiser als onrechtmatig en schadelijk moet worden beschouwd. Weliswaar is de voornoemde Facebookgroep inmiddels verwijderd, maar de beheerders daarvan hebben aangekondigd de acties tegen eiser voort te zetten, zodat eiser een reëel belang heeft bij het verkrijgen van de door hem genoemde gegevens. Eiser heeft op diverse andere wijzen gepoogd deze gegevens te verkrijgen. Die pogingen zijn vruchteloos geweest. Het is dan ook aannemelijk dat er geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om deze gegevens te achterhalen. Eiser heeft zonder over deze gegevens te beschikken geen mogelijkheid om de verantwoordelijke personen te dwingen te stoppen met hun acties jegens hem en hen aan te spreken tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden. Daartegenover staan het beperkte belang van Facebook om, als neutrale tussenpersoon, haar platform te kunnen aanbieden waarop in vrijheid de informatie van derden verspreid kan worden en het belang van de beheerders om anoniem hun mening te uiten. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het belang van eiser bij het verstrekken van de gegevens zwaarder weegt dan het belang van Facebook en de beheerders bij het niet-verstrekken daarvan. Een en ander leidt tot de conclusie dat aan de voorwaarden uit het arrest Lycos/Pessers is voldaan.

Facebook heeft niet betwist dat aan voornoemde voorwaarden is voldaan. Zij stelt zich enkel – terecht – op het standpunt dat zij slechts in staat is informatie te overhandigen waarover zij beschikt. De vordering zal dan ook worden toegewezen met inachtneming van die beperking.

De voorzieningenrechter gebiedt Facebook binnen twee weken na de betekening van dit vonnis aan eiser te verstrekken, voor zover Facebook daarover beschikt:

– naam en adres die zijn verstrekt bij registratie;

– IP-adres dat is gebruikt bij registratie;

– datum en tijdstip van registratie;

– datum, tijdstip en IP-adressen van logins van de afgelopen twee maanden;

van de betrokken gebruikers.

Categorieën: Doorgeven NAW-gegevens, Positie tussenpersonen

Tags: , , ,