Centrale Raad van Beroep 22 mei 2019 (OV-reisproduct), ECLI:NL:CRVB:2019:1953

Centrale Raad van Beroep 22 mei 2019 (OV-reisproduct), ECLI:NL:CRVB:2019:1953

Geschil over OV-schuld. De Raad oordeelt dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.27, derde lid, van de Wsf 2000 op grond waarvan de minister had moeten afzien van het vaststellen van een OV‑schuld. De omstandigheid dat, zoals appellant gesteld heeft, zijn portemonnee, waarin (ook) zijn OV‑chipkaart met het reisproduct zat, tijdens zijn detentie tot begin april 2017 in beslag was genomen levert geen overmachtssituatie op als bedoeld in artikel 3.27, derde lid, van de Wsf 2000. De studerende wordt over de bij het reisproduct geldende rechten en plichten voldoende geïnformeerd, onder meer door de beschikbare informatie op de algemene website van DUO en op www.studentenreisproduct.nl. Op laatstgenoemde website is ook informatie beschikbaar over op welke wijze het reisproduct kan worden stopgezet indien de studerende niet in het bezit is van de OV‑chipkaart waar het reisproduct op staat. De vervoersbedrijven bieden voor die situatie de mogelijkheid via internet bij hen een aanvraag stopzetten reisproduct in te dienen. Het had op de weg van appellant gelegen om, nadat de periode van volledige beperkingen tijdens zijn detentie begin december 2016 was afgelopen, al dan niet met inschakeling van een derde, het reisproduct via die weg tijdig stop te zetten.

Categorieën: Sociaal zekerheidsrecht

Tags: , , , ,