College van Beroep voor het bedrijfsleven 05 November 2014 (doorverkoop van tickets), ECLI:NL:CRB:2014:412

College van Beroep voor het bedrijfsleven 05 November 2014 (doorverkoop van tickets), ECLI:NL:CRB:2014:412, ECLI:NL:CRB:2014:412
ACM stelt dat appellanten zich schuldig hebben gemaakt aan een misleidende handelspraktijk, en daarmee artikel 8.8 van de Whc hebben overtreden, door op hun websites niet als feit te vermelden dat de door hen doorverkochte tickets van de KNVB en/of Teleticketservice ongeldig zijn en dat het risico bestaat dat met die tickets geen toegang tot het evenement wordt verkregen. Die tickets zijn volgens ACM ongeldig, omdat in de algemene voorwaarden bij de overeenkomst tussen de eerste koper en de KNVB of Teleticketservice de overdraagbaarheid van het vorderingsrecht (anders dan in de privésfeer) is uitgesloten. De ongeldigheid van deze tickets staat naar het oordeel van het College echter niet op voorhand en in voldoende mate vast. ACM heeft hier – in navolging van de KNVB en Teleticketservice – een gevolgtrekking gemaakt op grond van de niet-overdraagbaarheidsbedingen in de algemene voorwaarden. De vraag of die bedingen, gezien hun formulering, zo moeten worden uitgelegd dat de eerste koper en de KNVB of Teleticketservice moeten worden geacht daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in artikel 3:83, tweede lid, van het BW te hebben beoogd, was – en is – nog onderwerp van juridisch debat. In voorkomend geval zal het aan de civiele rechter zijn om in het kader van bijvoorbeeld een procedure tussen de KNVB of Teleticketservice en de eerste koper van kaartjes of tussen eerstgenoemden en een opvolgend koper op basis van hetgeen tussen de betrokken partijen over en weer is aangevoerd uit te maken of doorverkochte kaartjes recht op toegang geven. Het was niet aan ACM om op de uitkomst van zodanige procedure vooruit te lopen.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden staande gehouden dat ongeldigheid van het ticket behoorde tot de voornaamste kenmerken van het product als bedoeld in artikel 193e, aanhef en onder a, van het BW en daarmee tot de essentiële informatie die niet mag worden weggelaten bij een uitnodiging tot aankoop. Tot die essentiële informatie behoorde naar het oordeel van het College wel de omstandigheid dat het hier ging om een doorverkocht ticket en dat bij de oorspronkelijke verkoop de algemene voorwaarden van de KNVB of Teleticketservice van toepassing zijn verklaard en dat – gezien de uitleg die de KNVB en Teleticketservice aan die algemene voorwaarden geven – aan het kopen van dit ticket het risico is verbonden dat daarmee de toegang tot het evenement wordt geweigerd. Het door appellanten niet op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze verstrekken van deze informatie aangaande de voornaamste kenmerken van het product levert een overtreding op van artikel 8.8 van de Whc in verbinding met artikel 6:193d en 6:193e, aanhef en onder a, van het BW.
.

 

Categorieën: Bestuursrecht, nocategory

Tags: , ,