College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 april 2010 (registeraccountant), LJN BM3144 (ECLI:NL:CBB:2010:BM3144)



College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 april 2010 (registeraccountant),
ECLI:NL:CBB:2010:BM3144, LJN
BM3144

Beroep tegen een beslissing van de Raad van tucht voor Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten met betrekking tot klachten van appellante, over gedrag van betrokkene, registeraccountant.


Met het weglaten van werkgerelateerde programma’s, en door alleen te rapporteren over programma’s die voornamelijk voor privé-doeleinden worden gebruikt, is een vertekend beeld ontstaan van de feitelijke situatie. Betrokkene heeft er hiermee blijk van gegeven op selectieve wijze te rapporteren, hetgeen hem tuchtrechtelijk aan te rekenen is.


Tussen partijen is niet in geschil dat het getal dat is opgenomen in de kolom "aantal malen bezocht" niet betekent dat de website ook zoveel keer is bezocht. Op verschillende plaatsen in het rapport maakt betrokkene evenwel ten aanzien van websites melding van "aantal malen bezocht", terwijl betrokkene kennelijk wist of althans behoorde te weten dat het opgenomen getal geen juiste aanduiding was van het aantal keren dat appellante een website zou hebben bezocht. Dat het hier een rapport betreft dat alleen bestemd is voor de opdrachtgever, doet niet af aan de omstandigheid dat sprake is van een onjuiste weergave van de feiten die gemakkelijk verkeerd kan worden uitgelegd. Het College is dan ook van oordeel dat de rapportage met betrekking tot het surfgedrag eenzijdig en onvolledig is waardoor de indruk kan ontstaan van oneigenlijk gebruik van de computer.


De onderzochte computer bevond zich in de privé-omgeving van appellante, had slechts toegang tot internet via de eigen internetaansluiting van appellante, en er kon geen verbinding worden gelegd met het geautomatiseerde systeem van de werkgever. Hiervan was betrokkene ook tijdens het onderzoek op de hoogte.


Naar het oordeel van het College heeft betrokkene bij de uitvoering van zijn onderzoek onvoldoende acht geslagen op deze omstandigheden. Betrokkene heeft de computer behandeld als een werk-computer, deel uitmakend van het computer-netwerk van de werkgever. Nu hiervan evenwel geen sprake was, had betrokkene meer terughoudendheid moeten betrachten bij het onderzoeken van het privé-gebruik van de computer. Van belang is voorts dat het in casu geen opdracht tot onderzoek betreft naar privé e-mails, verzonden vanaf een door de werkgever beschikbaar gestelde mailaccount, maar een onderzoek naar e-mails verzonden vanaf een privé-account van appellante. Appellante heeft vanaf het begin van het onderzoek aangegeven dat er zich privé e-mail op de computer bevond zodat niet valt in te zien dat een onderzoek, zoals dat heeft plaatsgevonden, daadwerkelijk nodig was.


Door inhoudelijk te rapporteren over het privé-gebruik van de computer heeft betrokkene de privacy van appellante geschonden. Naar het oordeel van het College heeft betrokkene door te handelen als hiervoor beschreven niet alleen het door appellante genoemde artikel 5 van de gedragsrichtlijn inzake persoonsgericht accountantsonderzoek (als uitwerking van artikel 10 GBR-1994) overtreden, maar daarmee ook gehandeld in strijd met artikel 7 van deze richtlijn. Aldus heeft betrokkene de eer van de stand der registeraccountants geschonden en daarmee artikel 5 GBR-1994 overtreden.


Categorieën: Arbeidsrecht, Bestuursrecht, Internet op het werk, nocategory, Privacy

Tags: , , , , , , , , , , ,