College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juli 2004 (omroepgegevens), LJN AQ1727. (ECLI:NL:CBB:2004:AQ1727)




College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juli 2004 (omroepgegevens), LJN AQ1727. (ECLI:NL:CBB:2004:AQ1727)

De NOS heeft bij brief van 20 januari 2003, ontvangen bij het College op 21 januari 2003, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 11 december 2002, kenmerk MEDED 01/2430 en 01/2474-RIP. Bij brief van 24 januari 2003 heeft de NOS de gronden van het hoger beroep aangevuld. Bij brief van 7 februari 2003 heeft De Telegraaf het College laten weten gebruik te maken van de geboden gelegenheid om als partij aan het geding deel te nemen. Bij brief van 16 juli 2003 heeft HMG eveneens laten weten van die gelegenheid gebruik te maken. Op 16 september 2003 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Bij brief van 17 oktober 2003 heeft HMG het College van haar zienswijze op de hoogte gebracht, terwijl De Telegraaf bij brief van 13 oktober 2003 van het geven van een schriftelijke uiteenzetting heeft afgezien. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2004. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunt toegelicht. Zoals ter zitting besproken, is vervolgens het onderzoek bij beschikking van 7 mei 2004 heropend teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om te reageren op het op 29 april 2004 gewezen arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, betreffende IMS Health GmbH & Co OHG en NDC Health GmbH & Co. KG, zaak C-418/01 (IMS). Bij brieven van 28 mei 2004 hebben partijen, ieder voor zich, hun zienswijze aan het College kenbaar gemaakt. Partijen hebben vervolgens het College toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.


Categorie├źn: Mededingingsrecht, nocategory