College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2010 (spamboete), LJN BN0534 (ECLI:NL:CBB:2010:BN0534)



College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2010 (spamboete), ECLI:NL:CBB:2010:BN0534, LJN
**BN0534**

Heeft OPTA zich terecht op grond van artikel 15.4, vierde lid, juncto artikel 15.1, derde lid, Tw bevoegd geacht wegens overtreding van artikel 11.7, eerste en derde lid, onder a en b, Tw boetes op te leggen aan A en B (eerste spamrun) en wegens overtreding van artikel 11.7, eerste lid, Tw aan B (tweede en derde spamrun)? Deze vragen kunnen slechts bevestigend worden beantwoord indien OPTA met het daartoe door haar aangedragen bewijs aannemelijk heeft gemaakt dat A en B gebruik hebben gemaakt van elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële doeleinden aan abonnees die natuurlijke personen zijn en dat A en B niet kunnen aantonen dat die abonnees daarvoor toestemming hebben verleend (eerste lid), alsmede, voor zover van belang, dat zij daarbij niet de werkelijke identiteit hebben vermeld van degenen namens wie de communicatie wordt overgebracht (derde lid, onder a), noch een geldig postadres of nummer hebben vermeld waaraan de ontvangers een verzoek tot beëindiging van dergelijke communicatie kunnen richten (derde lid, onder b). En in casu is dit het geval.


A heeft gesteld dat zij voorafgaand aan de bezoeken van de toezichthouders van OPTA aan haar kantoor niet is gewezen op haar zwijgrecht en dat het nalaten van de geven van de cautie van invloed zou moeten zijn op de hoogte van de boetes.


Het College onderschrijft deze stelling reeds niet, nu, blijkens hetgeen hiervoor is overwogen, de vaststelling dat A de in geding zijnde overtredingen heeft begaan, reeds volledig wordt gedragen door bewijs dat niet bij die bezoeken is verkregen en dat bovendien zelfstandig en onafhankelijk van de wil van A bestaat.


Categorie├źn: Bestuursrecht, Eerlijk proces, nocategory, Spam

Tags: , , , , , , , , , , , , ,