College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 november 2014 (hypotheekbemiddeling), ECLI:NL:CBB:2014:446

College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 november 2014 (hypotheekbemiddeling), ECLI:NL:CBB:2014:446

Wat de vraag of de activiteiten van appellante betreft kunnen worden aangemerkt als bemiddelen in de zin van artikel 1:1 Wft overweegt het College dat op grond van vaste jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak van het College van 11 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ1866) sprake moet zijn van inhoudelijke betrokkenheid bij de totstandkoming van het financiële product. Op grond van de niet door appellante betwiste feiten is het College van oordeel dat haar activiteiten gericht waren op het tot stand brengen van overeenkomsten tussen aanbieders van (hypothecair) krediet en consumenten. De activiteiten van appellante behelsden immers het als lead doorsturen van niet alleen de NAW-gegevens van de consumenten, maar ook van andere gegevens, waaronder de geboortedatum, die relevant zijn voor het afsluiten van een (hypothecaire) lening.

Categorieën: Bestuursrecht, Positie tussenpersonen

Tags: , , , , ,