College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 februari 2019 (IBAN ontbreekt op retourformulier), ECLI:NL:CBB:2019:47

College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 februari 2019 (IBAN ontbreekt op retourformulier), ECLI:NL:CBB:2019:47

Wet handhaving consumentenbescherming. Volgens de ACM heeft de onderneming drie overtredingen gepleegd in het kader van de terugbetaling van consumenten bij retourzendingen van bestelde artikelen welke respectievelijk kwalificeren als ‘oneerlijke handelspraktijk’, ‘misleidende handelspraktijk’ en niet in lijn is met het terugbetalen van consumenten onder de regeling van koop op afstand onder het BW. De onderneming betaalde in beginsel niet terug als het rekeningnummer van de consument ontbrak op het retourenformulier. Daarnaast werd slecht geinformeerd hierover. Dit samen is misleidend. Als gepiept werd over de uitbetaling werd niet betaald maar een tegoedbon verzonden. Het niet actief handelen maar alleen acteren wanneer gepiept werd is oneerlijk. Het hele proces is niet in lijn met wet op koop op afstand zoals vervat in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Het College oordeelt evenals de rechtbank dat sprake is van vergaande samenhang tussen de drie overtredingen. Daarbij heeft de ACM voldoende bewijs aangeleverd om de drie vorderingen bewezen te achten.

Het College overweegt ten slotte ambtshalve dat de door ACM gekozen constructie van hoofdelijke aansprakelijkheid bij de boete-oplegging zich niet verdraagt met de wet. Ook de door de rechtbank vastgestelde boetes, waarbij ervoor gekozen is dat een deel daarvan door meerdere personen gezamenlijk dient te worden voldaan, passen niet in het systeem van de Awb. Het College legt aan de onderneming en de beide directeuren afzonderlijke boetes op.

Categorieën: Consumentenrecht, E-commerce, Misleidende handelspraktijk, oneerlijke handelspraktijk

Tags: , , , , , , , , , , ,