EHRM 10 maart 2009 (Times Newspapers), zaaknrs. 3002/03 en 23676/03, met nootdoor E.J. Dommering.



EHRM 10 maart 2009 (Times Newspapers), zaaknrs.
3002/03 en 23676/03

The Times is in rechte aangesproken wegens smaad, onder meer wegens voortdurende publicatie van bepaalde artikelen in het digitale archief op het internet. De Engelse rechter had beslist dat hiervoor de “internet publication rule” geldt: er is een tijdslimiet voor het instellen van een actie wegens smaad, en voor internet-publicaties begint die termijn iedere keer dat een artikel opgevraagd wordt opnieuw te lopen, omdat iedere opvraging opnieuw een publicatie behelst (Godfrey v Demon Internet Limited [2001] QB 201). The Times betoogt dat deze internet publication rule een beperking inhoudt van artikel 10 EVRM.

Het Hof erkent dat internet, en in het bijzonder archieven op internet, binnen de werkingssfeer van artikel 10 EVRM vallen. Maar de beoordelingsruimte voor staten in de afweging tussen conflicerende rechten is groter als het gaat om archieven met oud nieuws, omdat er dan geen haast meer is om door middel van een publicatie misstanden aan de kaak te stellen. De tijdslimiet voor het instellen van acties wegens smaad is bedoeld om kranten te beschermen tegen de noodzaak om zich te verdedigen tegen “oude” aanklachten. Hoe lang die termijn moet zijn valt binnen de beoordelingsruimte van de staat.

In casu was The Times veroordeeld om in het digitale archief bij het bewuste bericht een kennisgeving te zetten dat dit bericht nog aan het oordeel van de rechter wegens smaad onderworpen is – het bericht zelfde hoefde niet verwijderd te worden. Het Hof oordeelt dat een dergelijke kennisgeving, als de krant op de hoogte is van het feit dat een actie op basis van smaad met betrekking tot dat bericht in de geschreven pers is ingesteld, geen onevenredige inmenging oplevert met de vrijheid van meningsuiting.


Categorieën: nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Pers, Vrijheid van meningsuiting

Tags: ,