Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2018 (beeldmateriaal), ECLI:NL:GHAMS:2018:2382

Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2018 (beeldmateriaal), ECLI:NL:GHAMS:2018:2382

Appellant heeft beeldmateriaal (seksfilmpjes) met daarop geïntimeerde online gezet.

appellant heeft aldus een norm overschreden die ertoe strekt geïntimeerde te beschermen tegen de aantasting van haar eer en goede naam. Dat laatste is precies wat er is gebeurd. De beelden zijn immers in ruime mate verspreid, met naamsvermelding, en zijn daarom, naar mag worden aangenomen, door velen gezien en met geïntimeerde in verband gebracht. appellant dient dan ook in te staan voor de door geïntimeerde geleden schade die erin bestaat dat zij ermee wordt geconfronteerd dat derden kunnen kennisnemen van het door appellant op het internet gezette beeldmateriaal, en dit materiaal ook rechtstreeks aan haar persoonsgegevens is gekoppeld. Daarbij komt dat ervan moet worden uitgegaan dat appellant doelbewust heeft gehandeld en dat het voor appellant voorzienbaar was dat het beeldmateriaal zich verder zou verspreiden op het internet.

Het hof is evenwel van oordeel dat ook de aanwezigheid van het beeldmateriaal zonder de koppeling aan de naam van geïntimeerde relevant is. Geïntimeerde dient dan immers nog steeds te vrezen voor herkenning door kijkers van het beeldmateriaal, ook al kan dat materiaal niet meer worden gevonden door op haar naam te zoeken. Ook valt niet uit te sluiten dat op enigerlei wijze toch weer haar naam of haar persoon wordt verbonden aan het beeldmateriaal. Geïntimeerde ondervindt, zo valt te concluderen, ook na 2014 nog steeds de gevolgen van het handelen van appellant. Er is geen grond appellant voor deze gevolgen niet aansprakelijk te houden. Een en ander is immers het rechtstreekse en voorzienbare gevolg van zijn handelen.

Categorieën: Filmpjes op internet, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: , , , , ,