Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2019 (geen oplichtingsmiddel), ECLI:NL:GHAMS:2019:2028

Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2019 (geen oplichtingsmiddel), ECLI:NL:GHAMS:2019:2028

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij de daarin genoemde aangevers heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen door gebruik te maken van de volgende oplichtingsmiddelen:

Het hof merkt op dat “het een of meer betalingen accepteren en de bestelde goederen niet leveren” niet als oplichtingsmiddel kan worden geduid, aangezien van deze enkele omstandigheid niet kan worden gezegd dat er sprake is van het aannemen van een valse hoedanigheid. Op grond van deze omstandigheid kan dan ook bij geen van de aangevers tot het oordeel worden gekomen dat er sprake

is van oplichting in de zin van artikel 326 Sr

Overigens kan de vraag worden gesteld of deze beide aangevers voorafgaand aan de betaling zelf wel de nodige omzichtigheid hebben betracht om hetgeen is gebeurd te voorkomen. Uit niets blijkt dat zij voorafgaand aan de betaling enig onderzoek naar de persoon met wie zij op internet te maken hadden hebben verricht.

Categorieën: Domeinnamenrecht, E-commerce, Identiteitsfraude, Oplichting

Tags: , , , , , , , ,