Gerechtshof Amsterdam 19 augustus 2014 (NSE), ECLI:NL:GHAMS:2014:3435



Gerechtshof Amsterdam 19 augustus 2014 (NSE), ECLI:NL:GHAMS:2014:3435


Met de uitsluiting van aansprakelijkheid ingevolge artikel 6:196c BW is mede bedoeld dat degene die een beroep op dit artikel toekomt niet aansprakelijk is als pleger van een onrechtmatige daad op de grond dat hij zelfstandig inbreuk maakt op de rechten van anderen alleen omdat hij door derden gemaakte inbreuken faciliteert.


Een in elk geval passende maatregel, mede in verband met het vereiste van artikel 6:196c lid 4 onder b BW, is het bevel tot het invoeren van een effectieve NTD-procedure. De effectiviteit van een dergelijke maatregel is af te meten aan de omvang waarin en de snelheid waarmee inbreukmakend materiaal kan worden verwijderd. Dat betekent dat NSE in beginsel geen limiet mag stellen aan het aantal per tijdseenheid aan te leveren en te verwerken meldingen die het effectief verwijderen van onrechtmatig materiaal in de weg staat. De verwerkingscapaciteit moet dan ook minstens groter zijn dan het aantal nieuwe postings van inbreukmakend materiaal. Ook dient het mogelijk te zijn met een zekere voortvarendheid de hoeveelheid reeds aanwezig inbreukmakend materiaal te verminderen. De snelheid tussen melding en verwijdering moet voorts voldoen aan datgene wat in de markt redelijk is te noemen.


Het hof overweegt dat, voor zover NSE handelt als verlener van een dienst van de informatiemaatschappij, haar ook in verband met de door Brein aangevoerde subsidiaire grondslag een beroep toekomt op de bescherming van artikel 6:196c BW. De – in algemene termen geformuleerde – stelling dat NSE voor commercieel gewin een download systeem in stand houdt, is dan ook onvoldoende om te concluderen dat NSE in strijd handelt met de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid. NSE is immers in beginsel niet aansprakelijk voor de door de gebruikers van haar diensten gepleegde inbreuken op de rechten van derden. Brein heeft geen omstandigheden aangevoerd die ertoe nopen om van dit uitgangspunt af te wijken. De diensten die NSE verricht zijn niet in het leven geroepen om, of van zichzelf gericht op het faciliteren van inbreukmakende handelingen, zoals in de door Brein uit bestaande jurisprudentie aangehaalde gevallen. Dat de diensten van NSE daarvoor thans door derden wel in substantiële mate worden gebruikt, maakt dit op zichzelf niet anders. Deze ontwikkeling kan immers bestreden worden door het beroep dat Brein en de bij haar aangesloten rechthebbenden kunnen doen en thans ook hebben gedaan op artikel 26d Aw, terwijl NSE, zoals gezegd, een beroep toekomt op de bescherming van artikel 6:196c BW binnen de daar gestelde grenzen.


Categorie├źn: Auteursrecht, nocategory, Notice-and-take-down, Positie tussenpersonen, Usenet

Tags: , , , , , , , ,