Gerechtshof Amsterdam 30 april 2019 (bruikleen van routers), ECLI:NL:GHAMS:2019:1510

Gerechtshof Amsterdam 30 april 2019 (bruikleen van routers), ECLI:NL:GHAMS:2019:1510

Het hof stelt vast dat de overeenkomst tussen partijen onder meer inhield dat Intouch de apparatuur mocht gebruiken voor het verzorgen van dataverkeer voor haar klanten. DIS heeft niet aangevoerd dat Intouch de routers voor andere doeleinden heeft gebruikt. DIS heeft evenmin aangevoerd, en dat volgt ook niet uit de aard van de uitgeleende zaken, dat Intouch verplicht was de routers daadwerkelijk te gebruiken. DIS heeft evenmin voldoende gemotiveerd betwist dat de apparaten inmiddels verouderd zijn en, na enige tijd buiten gebruik te zijn geweest, niet zonder meer is te verwachten dat deze onmiddellijk storingsvrij werken, zodat ook dit vast staat. Gelet op deze omstandigheden is er onvoldoende grond Intouch te verplichten de routers terug te geven, zoals DIS heeft gevorderd, in een zodanige staat dat deze naar behoren functioneren. Voldoende is dat de routers in bruikbare staat – in aanmerking nemend de veroudering van de routers en de beschikbaarheid van software – worden teruggegeven.

Een veroordeling van een verdergaande strekking zou de verplichting van Intouch om als een goed huisvader voor de geleende zaken te zorgen, te buiten gaan.

Categorie├źn: Verbintenissenrecht

Tags: , , , ,