Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 mei 2017 (gevelrestauratie), ECLI:NL:GHARL:2017:4101

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 mei 2017 (gevelrestauratie), ECLI:NL:GHARL:2017:4101

Voor zover van belang voor internetrecht:

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat in de omstandigheden zoals hiervoor vermeld, in onderlinge samenhang bezien, appellanten met zijn publicaties onrechtmatig heeft gehandeld jegens geïntimeerden en inbreuk heeft gemaakt op diens recht op eerbiediging van een goede naam en reputatie. Juist vanwege het feit dat de website van appellanten voor een breder publiek toegankelijk was, heeft appellanten het risico genomen dat potentiële klanten van geïntimeerden kennis zouden nemen van de (onnodig grievende en niet afdoende feitelijk onderbouwde) uitlatingen en dat geïntimeerden schade zou lijden door de aantasting van zijn reputatie doordat die klanten vanwege de negatieve publiciteit zouden wegblijven.

Het is in beginsel aan geïntimeerden te bewijzen dat hij door de onrechtmatige publicaties schade heeft geleden die aan appellanten behoort te worden toegerekend. Gezien echter het feit dat de gegevens over het daadwerkelijk bezoek aan zijn website in het domein van appellanten liggen, mag van hem gevraagd worden om die gegevens integraal over te leggen. De rechtbank heeft hem daartoe in de gelegenheid gesteld. Anders dan appellanten stelt is dat geen bewijsopdracht, maar dient deze instructie, mede gelet op het hof hiervoor heeft overwogen, gezien te worden als uitvloeisel van zijn verzwaarde stelplicht die meebrengt dat hij zijn betwisting van de stelling van geïntimeerden, dat sprake is van schade door de onrechtmatige publicaties, met feitelijke gegevens dient te onderbouwen, nu die gegevens in zijn domein liggen.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk)

Tags: , , , ,