Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2013 (email exhibitie), ECLI:NL:GHARL:2013:9642



Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2013 (email exhibitie), ECLI:NL:GHARL:2013:9642

Partijen zijn het er niet over eens of de volledige e-mail correspondentie in het geding is gebracht. Geïntimeerde stelt dat hij niet meer beschikt over de e-mail correspondentie, terwijl appellant niet heeft betwist dat hij nog wél over de volledige e-mail correspondentie beschikt. Appellant heeft (naar ‘s hofs oordeel terecht) niet bestreden dat geïntimeerde wel belang heeft bij de inhoud van de e-mails, nu het er in deze zaak immers om gaat wat partijen op die manier hebben afgesproken en welke stellingen zij na uitvoering van de overeenkomst hebben ingenomen. De inhoud van de e-mails speelt daarbij een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol.

Appellant heeft ten verwere aangevoerd dat geïntimeerde reeds over de volledige e-mail correspondentie beschikt, nu deze reeds als producties bij de memorie van grieven in het geding zijn gebracht. Het hof stelt vast dat de opmaak van de door appellant bedoelde producties zodanig is, dat daaruit niet zonder meer kan worden afgeleid in hoeverre het gaat om één enkel bericht waaronder de e-mail voorgeschiedenis via automatische opmaak is weergegeven, dan wel om verschillende losser van elkaar staande berichten waarvan het inhoudelijke tekstgedeelte (exclusief de verzendgegevens) ten behoeve van een vlotte lezing van de gedingstukken aaneengeschakeld is weergegeven (of om een combinatie van beide).


Categorie├źn: Burgerlijk procesrecht, E-mail, nocategory

Tags: , , ,