Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2017 ( geschil tussen moeder/zus en zoon), ECLI:NL:GHARL:2017:9004

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2017 ( geschil tussen moeder/zus en zoon), ECLI:NL:GHARL:2017:9004

Geschil over reportage in het programma Stegeman op de Bres.

Aan SBS kan worden toegegeven dat de door geïntimeerde genoemde fragmenten niet direct ontlastend zijn voor de door de moeder en zus geuite beschuldigingen dat hij het geld heeft verduisterd. Door het weglaten van die fragmenten wordt echter een te eenzijdig beeld van het geschil tussen geïntimeerde en de moeder en zus gegeven. Het door appellant3 zelf genoemde welles-nietes karakter komt in de aflevering aldus onvoldoende tot uiting. Geïntimeerde wordt door de wijze waarop appellant3 de moeder en zus bevraagt, namelijk met gesloten vragen en woorden in de mond leggend in combinatie met de veroordelende toonzetting van het programma door gebruik van woorden als “in de zak steken” en “oplichtingspraktijk” neergezet als een dief. Dit beeld wordt versterkt door de aan de uitzending voorafgaande aankondiging op Twitter: “hoe kun je je moeder zo belazeren?”. Uit de door geïntimeerde overgelegde Twitterberichten, blijkt ook dat kijkers geïntimeerde zo zien. Daarbij komt dat SBS c.s. ook met zoveel woorden bevestigen dat het programma hint op diefstal (pt. 49 MvG).

Van beide bezoeken aan de woning van geïntimeerde zijn door SBS c.s. met een verborgen camera opnamen gemaakt. Ingevolge vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geldt dat het gebruik van een verborgen camera een indringende methode is, die restrictief moet worden gebruikt (zie EHRM, 13 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1013 UD003742806, Bremner/Turkije). Van restrictief gebruik is hier geen sprake. Voor beide opnamen heeft geïntimeerde geen toestemming gegeven, ook niet achteraf.

In de geschetste omstandigheden vormt het uitzenden van de met een verborgen camera gemaakte opnamen van geïntimeerde in het programma Stegeman op de Bres naar het voorlopig oordeel van het hof een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van geïntimeerde. Het belang gevrijwaard te blijven van inbreuken daarop weegt in dit geval zwaarder dan de journalistieke uitingsvrijheid en het op zichzelf legitieme en door artikel 10 EVRM beschermde, particuliere en commerciële belang van SBS c.s. een onderhoudend programma te vervaardigen. Daarbij neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat het programma niet gericht is op het aan de kaak stellen van een maatschappelijke misstand. Het lijkt veeleer te gaan om een familievete waarbij de integriteit van geïntimeerde in twijfel wordt getrokken. Hetgeen door geïntimeerde als weerwoord is aangevoerd is bovendien slechts gedeeltelijk naar voren gebracht in de uitzending. Daarenboven is gebruik gemaakt van een verborgen camera, terwijl ook voor een andere wijze van informatievergaring gekozen had kunnen worden.

Het hof volgt SBS c.s. in hun betoog dat de gevorderde rectificatie op de televisie in het licht van de door hen aangevoerde omstandigheden, die door geïntimeerde niet of nauwelijks zijn weersproken, niet proportioneel is. Hierbij komt dat inmiddels geruime tijd is verstreken sinds de uitzending op 4 junij2017 en de smet op de reputatie van geïntimeerde door alle aandacht die deze zaak ten gevolge van het bestreden vonnis reeds in de media heeft gehad, voldoende is hersteld. Het (spoedeisende) belang bij de rectificatie ontbreekt daarom. De gevorderde rectificatie zal alsnog worden afgewezen.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Privacy, Twitter

Tags: , , , , , , , , ,