Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2015 (Wilhelmina ziekenhuis), ECLI:NL:GHARL:2015:2169

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2015 (Wilhelmina ziekenhuis), ECLI:NL:GHARL:2015:2169

Appellant komt op tegen het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat hij degene is geweest die de onrechtmatig geachte uitlatingen op de blogs en twitteraccounts heeft geplaatst.

Op die weblogs is onder meer de briefwisseling tussen appellant en (werknemers van) Achmea en Wilhelmina Ziekenhuis geplaatst en berichten/artikelen over Achmea c.s. waarop hij in e-mailberichten de desbetreffende medewerkers van Achmea c.s. attendeerde. Het woordgebruik in de door appellant verzonden brieven en e-mailberichten aan Achmea c.s. vertoont een sterke gelijkenis met de door de voorzieningenrechter onrechtmatig geachte teksten op de weblogs. Beide omstandigheden duiden erop dat appellant degene is geweest die de berichten op de weblogs heeft geplaatst en hij in ieder geval het beheer over die weblogs voerde. Dit laatste heeft appellant ook verklaard in een tegen hem gevoerde strafprocedure.

Voorts is een twitteraccount geactiveerd, aanvankelijk “[twitteraccount]” en nadien ook “[twitteraccount 2]”. Op dat twitteraccount worden werknemers van Achmea en het Wilhelmina Ziekenhuis tot wie appellant zich in brieven heeft gericht met name genoemd en wordt veelal verwezen naar één van beide hiervoor genoemde weblogs.

Op basis van deze onderbouwing is ook naar het oordeel van het hof in het kader van het kort geding voldoende aannemelijk geworden dat appellant de onrechtmatig geachte uitlatingen op de weblogs en twitterberichten heeft geplaatst. De enkel door appellant geuite stelling dat een ander die verweten uitlatingen op het internet heeft geplaatst is in dit licht onvoldoende.

Nu in dit hoger beroep voldoende aannemelijk is geworden dat dwangsommen geen afdoende dwangmiddel zijn om appellant te bewegen zich overeenkomstig de bij rechterlijke uitspraak opgelegde verbod, gebod en veroordeling te gedragen en Achmea c.s. vanwege de diffamerende aard van de op internet geplaatste uitlatingen een gerechtvaardigd belang hebben bij onverkorte naleving van hetgeen waartoe de gerechtelijke uitspraak appellant verplicht, zal het hof aan appellant het dwangmiddel van lijfsdwang opleggen.

Categorieën: Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Twitter

Tags: , , , ,